Per 1 oktober zal de Wabo in werking treden. Met de invoering van de Wabo worden 26 vergunningen en ontheffingen in één vergunning ondergebracht, de zogenoemde omgevingsvergunning. Zo hebben burgers en ondernemers nog maar te maken met één vergunning, één loket, één besluit en één procedure. Bovendien kan de aanvraag digitaal worden ingediend via Omgevingsloket Online.
De vraag is of na 1 oktober 2010 het “Wabo proces” direct in alle gevallen soepel gaat draaien. Onze ervaring leert dat ook het bevoegd gezag (zowel gemeente als provincie) om die reden soms aanbeveelt om een definitieve vergunningaanvraag voor 1 oktober 2010 in te dienen. Dan kan (kunnen) de vergunningprocedure(s) nog volgens het huidige (vertrouwde) systeem worden afgehandeld. Het indienen van een vergunningaanvraag voor 1 oktober 2010 kan dus voordelen bieden.
Op www.peutz.nl/wabo vindt u uitgebreide informatie over de Wabo en wat deze voor u kan betekenen.
Voor meer informatie: de heren P. van Vugt of D. Suverkropp. Naar de nieuwsbrief
Door de overheid en het bedrijfsleven is de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB) geactualiseerd. De geactualiseerde NRB ligt thans als conceptversie ter inzage voor commentaar. De NRB is een richtlijn en wordt door het bevoegd gezag gehanteerd in het kader van de bodembescherming. Het uitgangspunt van de NRB is om door een doelmatige combinatie van maatregelen en voorzieningen een verwaarloosbaar bodemrisico te realiseren.
In 2007/2008 hebben evaluaties plaatsgevonden van de huidige NRB die uit 2001/2003 stamt. Het doel van de actualisatie is de huidige NRB aan te passen aan de stand der techniek. Uit de evaluaties bleek dat het gebruik van de NRB eenvoudiger en praktischer moest worden. Hiervoor zijn met name de volgende wijzigingen doorgevoerd:
De geactualiseerde NRB is hier te vinden en ligt tot 6 september 2010 ter inzage voor commentaar.
Voor meer informatie: de heer P. van Vugt.
Naar de nieuwsbrief
In de maanden september en oktober verzorgt Peutz de volgende cursussen:
Zie hier voor meer informatie over de cursussen of mail naar s.pultoo@zoetermeer.peutz.nl.
Naar de nieuwsbrief
Gebouwen moeten brandveilig zijn. Daarom beperken regels inzake brandveiligheid de vrijheid in ontwerp en gebruik van gebouwen. Deze regelgeving is gebaseerd op regels en afspraken die geschikt zijn voor de meest voorkomende situaties, maar in bijzondere, complexe situaties vaak tekort schieten. Een specifieke maatwerk-beoordeling kan voor deze situaties leiden tot een minstens even veilige, betere en goedkopere oplossing. Voor deze wijze van beoordelen is een methodiek ontwikkeld: Fire Safety Engineering (FSE).
FSE is een ontwerpmethode die integraal de aspecten van de brandveiligheid beschouwd. Dit houdt in dat niet alleen de bouwkundige en installatietechnische aspecten, maar ook de kans op het ontstaan van brand, de fysische brandontwikkeling, de invloed van beleidsmatige aspecten, menselijk gedrag en repressie als samenhangend geheel worden beschouwt. Tevens kunnen de gevolgen voor mensen en de omgeving, maar ook de economisch schade, worden beoordeeld.
In een analyse op basis van FSE wordt rekening gehouden met in werkelijkheid te verwachten brandscenario's, in tegenstelling tot de regelgeving die uitgaat van een star, fictief brandscenario. Met behulp van FSE is het daardoor mogelijk complexe situaties of afwijkende oplossingen, die wél inherent veilig zijn, een goede onderbouwing te geven ondanks dat deze oplossingen kunnen afwijken van de gangbare voorschriften.
FSE is sterk in ontwikkeling maar nog niet verwerkt in regelgeving. Wel zijn de richtlijnen voor toepassing van deze ontwerpmethode vastgelegd in diverse ISO-standaarden (onder andere ISO 23932:2009, Fire safety engineering – General principles). Voor het ontwerp van constructies op basis van FSE is reeds een eerste stap richting formalisatie gezet met de invoering van het zogenoemde “natuurlijke brandconcept” in de Eurocode 1 en bijbehorende Nationale Bijlage NEN-EN 1991-1-2/NB. Op basis van de daarin beschreven methode is het mogelijk constructies op te bouwen uit onbeschermd staal, bijvoorbeeld in hoge en grote ruimtes, atria, parkeergarages of gesprinklerde gebouwen. Op basis daarvan is de op de foto getoonde staalconstructie mogelijk gemaakt.
FSE vereist diepgaande kennis van de fysische aspecten die bij een brand een rol spelen, de reactie van constructies op de bij brand optredende fenomenen en menselijk gedrag. De ingenieurs van Peutz voegen hier nog creativiteit en het vermogen tot communiceren aan toe. Immers, ingewikkelde oplossingen kunnen technisch gezien nog zo goed in elkaar zitten, de gebruiker en de controlerende instanties moeten er wel mee kunnen werken.
FSE is wellicht een te zwaar middel voor de alledaagse situaties. Het is echter uitermate geschikt voor bijzondere situaties die niet nauwkeurig met de bestaande regelgeving te benaderen zijn.
Zie ook www.wikipedia.org en www.peutz.nl.
Voor meer informatie: de heer D. den Boer.
Naar de nieuwsbrief
Peutz is al enige jaren gecertificeerd voor het opstellen van Energielabels en van EPA-maatwerkadviezen voor zowel woningen als utiliteitsgebouwen. Controle door de certificerende instantie heeft onlangs op alle punten een positieve beoordeling voor Peutz opgeleverd.
Het vernieuwde Energielabel geeft de energetische kwaliteit van een woning of van een utiliteitsgebouw weer. Om de energetische kwaliteit van een gebouw te verbeteren kunnen energiebesparende maatregelen worden genomen. Met een EPA-maatwerkadvies kan de invloed van dergelijke maatregelen op het energiegebruik van het onderzochte gebouw in kaart worden gebracht.
Daarnaast wordt de terugverdientijd van de maatregelen bepaald, waarbij rekening wordt gehouden met fiscale voordelen zoals subsidies en/of de energie-investeringsaftrek regeling (EIA). Ook de kosten voor het energie-advies komen in aanmerking voor de EIA.
Bij het in kaart brengen van mogelijke energiebesparende maatregelen kunnen de overige specialisaties van Peutz, zoals bouwfysica, brandveiligheid en akoestiek, integraal worden betrokken.
Voor meer informatie: de heer M. van Beek.
Naar de nieuwsbrief
Met het van kracht worden van het Besluit burgerluchthavens en de Wet regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens dient het aspect externe veiligheid voor een helihaven beschouwd te worden. Indien de plaatsgebonden risicocontour van 10-6 per jaar (of de geluidcontour van Lden 56 dB(A)) buiten het luchthavengebied is gelegen, is men verplicht een Luchthavenbesluit op te stellen. Een eenvoudigere Luchthavenregeling is alleen mogelijk indien de contouren (van geluid en externe veiligheid) binnen het luchthavengebied liggen. Voor de externe veiligheid bij een kleine helihaven betekent dit meestal dat al bij een zeer beperkt aantal bewegingen sprake is van overschrijding van het luchthavengebied.
Veel helihavens beschikken over een besluit op grond van het Besluit inrichting en gebruik niet aangewezen luchtvaartterreinen (BIGNAL), dat is afgegeven voor onbepaalde tijd. Door de betrokken provincies moeten voor deze terreinen luchthavenregelingen (vóór 1 november 2010) of eventueel – afhankelijk van de consequenties van het gebruik voor geluid en externe veiligheid – luchthavenbesluiten (vóór 1 november 2011) worden vastgesteld. Voor een ontheffing in het kader van BIGNAL dient een luchthavenregeling afgegeven te worden vóór 1 november 2010. Voor een helihaven waarvoor een 'Aanwijzing' in het kader van de Wet luchtvaart is afgegeven dient omzetting naar een luchthavenbesluit vóór 1 november 2014 plaats te vinden.
Of voor een helihaven een luchthavenregeling danwel een luchthavenbesluit van toepassing is, wordt bepaald door de ligging van:
Indien tenminste één van de contouren buiten het luchthavengebied is gelegen, is er een luchthavenbesluit nodig, waarbij eveneens de ruimtelijke consequenties en mogelijke beperkingen dienen te worden beschouwd. Traumahelikopters bij ziekenhuizen dienen eveneens getoetst te worden aan het Besluit burgerluchthavens. Voor een luchthavengebied ter grootte van een helikopterplatform is het zeer waarschijnlijk dat de milieueffecten (contouren) buiten het luchthavengebied reiken. Voor een dergelijk helikopterplatform (offshore e.d. zijn uitgezonderd) dient derhalve een luchthavenbesluit genomen te worden.
Een luchthavenbesluit bevat bepalingen voor het luchthavengebied, het luchtvaartverkeer en de ruimtelijke indeling van het gebied rondom de helihaven. Een luchthavenregeling daarentegen stelt alleen eisen aan het luchthavengebied en het bijbehorende luchtvaartverkeer. Aangezien de milieueffecten binnen het luchthavengebied blijven, zijn er geen beperkingen voor de (directe) omgeving van de helihaven.
De omvang van de plaatsgebonden risicocontour is met name afhankelijk van het aantal vluchten en de gevlogen routes met routespreiding. Ter illustratie: bij 365 vluchten per jaar en twee vliegroutes met een routespreiding van 20° wordt een plaatsgebonden risicocontour van 10-6 per jaar berekend van 280 m lengte.
Peutz beschikt over het rekenpakket GEVERS, waarmee externe veiligheidsberekeningen voor luchthavens en helihavens kunnen worden uitgevoerd. Dit rekenpakket heeft Peutz al voor diverse helihavens toegepast. Tien vragen en antwoorden met betrekking tot externe veiligheid en helihavens vindt u op www.peutz.nl.
Voor meer informatie: mevrouw M. Pikaar.
Naar de nieuwsbrief
Door Neutelings Riedijk Architecten is een nieuw museum te Antwerpen ontworpen: het Museum Aan de Stroom. Peutz maakte vanaf het begin deel uit van het ontwerpteam. Het bijzondere gebouw is inmiddels voltooid en wordt begin 2011 officieel geopend.
Het project wordt ook wel “het Stapelhuis” genoemd omdat het uit een negental gestapelde betonnen “dozen” bestaat. Rondom de “dozen” bevindt zich een helixvormige gegolfde glazen galerij. In de “dozen” bevinden zich museale tentoonstellingszalen, waarvan het binnenklimaat aan de strengste eisen voldoet. In de galerij wordt een “tussenklimaat” nagestreefd, dat wil zeggen 's zomers wat koeler dan buiten en 's winters een minimum temperatuur van ca. 14°C.
Bij de advisering is met name aandacht besteed aan diverse bouwfysische aspecten zoals windklimaat, vermijden van condens en schimmelvorming, zomer/winterklimaat glazen galerij. Daarnaast is aandacht besteed aan de akoestische aspecten, met name geluidisolatie en ruimteakoestiek in galerij, zalen en geluid ten gevolge van installaties.
Daarbij is een aantal bijzondere studies uitgevoerd, zoals:
Bij oplevering van het gebouw is de gebouwomhulling door Peutz gecontroleerd op luchtlekkages en thermische gebreken. Tevens zijn akoestische metingen uitgevoerd, waarbij met name het geluid ten gevolge van de installaties is onderzocht.
Voor meer informatie: mevrouw H. Peperkamp.
Naar de nieuwsbrief
Op 14 augustus is de Klankkaatser gelanceerd. Dit tien meter hoge gebouwtje is het nieuwste werk van geluidkunstenaar Hans van Koolwijk. Door Peutz zijn onder meer akoestische berekeningen gemaakt en zijn metingen verricht van de brandpuntwerking (zie afbeelding).
De Klankkaatser is een rechtopstaande ellipsoïde met twee akoestische brandpunten. In het bovenste brandpunt is een vernuftige geluidmachine geplaatst waarvan de klank via de gekromde wanden wordt gereflecteerd naar het andere brandpunt, waar de bezoeker het geluid kan waarnemen alsof hij zich midden in de geluidmachine bevindt. De demontabele elementen waaruit de Klankkaatser is opgebouwd, zijn zeer precies gemaakt en het oppervlak is extra glad voor een maximale akoestische belevenis.
De overzichtstentoonstelling van Hans van Koolwijk, ‘Klank als materie’, loopt nog tot en met 12 september 2010 in het Muziekgebouw aan 't IJ te Amsterdam en is elke dag geopend van 10:00 tot 20:15 uur.
Voor meer informatie: www.klankkaatser.nl.
Naar de nieuwsbrief