Met het op 1 oktober 2010 van kracht worden van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) worden 26 vergunningen en 1600 formulieren ondergebracht in één vergunning, de zogenoemde omgevingsvergunning. Burgers en ondernemers hebben zo nog maar te maken met één vergunning, één loket, één bevoegd gezag, één besluit en één procedure. Bovendien kan de aanvraag digitaal worden ingediend via een online Omgevingsloket.
Bekende vergunningen zoals de bouwvergunning, de milieuvergunning, de sloopvergunning en de gebruiksvergunning gaan allemaal op in de omgevingsvergunning. Doelstelling van deze verbeterde dienstverlening door de overheid is het makkelijker, goedkoper en sneller doorlopen van procedures voor de realisatie van een project.
Ook de handhaving wordt aangepakt: een integrale vergunning betekent immers ook een meer integrale handhaving.
Met de introductie van de omgevingsvergunning lijken de losse puzzelstukjes van de regelgeving dus eindelijk in elkaar te vallen; een goede zaak voor iedereen die een bouwplan wil realiseren!
In deze speciale editie van de Peutz Actueel hebben wij enkele interessante aspecten van de omgevingsvergunning voor u op een rijtje gezet:
Voor meer informatie: t.kessen@mook.peutz.nl
Naar de nieuwsbrief
Uitbreiding, nieuwbouw of wijziging van woningen, kantoren en bedrijven dient aan het bevoegd gezag kenbaar te worden gemaakt. In bepaalde gevallen kan hierbij volstaan worden met een melding, in overige gevallen is bijvoorbeeld een bouw-, sloop-, gebruiks- en/of milieuvergunning nodig. Aanvragen van een allesomvattende omgevingsvergunning kan digitaal middels het Omgevingsloket Online (OLO). Hoe gaat dit digitaal indienen met het OLO in zijn werk en wat komt er allemaal bij kijken?
In eerste instantie is het verstandig om een eenvoudige vergunningcheck op www.omgevingsloket.nl uit te voeren om na te gaan of daadwerkelijk een (omgevings)vergunning nodig is. Zo ja, dan is een unieke eigen code nodig (in principe DigiD) om via de website van de gemeente het Omgevingsloket Online te gebruiken om een omgevingsvergunning volledig digitaal aan te vragen.
Na het invullen van algemene zaken zoals adresgegevens en contactpersonen kan worden aangegeven welke zaken zullen wijzigen of nieuw zijn. Hiervoor dient digitaal een uitgebreide vragenboom te worden doorlopen waarbij allerlei onderwerpen aan de orde komen. Zo wordt nagegaan wat de invloed is van de gewijzigde of nieuwe activiteiten en of deze bijvoorbeeld gevolgen hebben voor beschermde monumenten, diersoorten, natuurgebieden. Ook wordt in de digitale vragenboom aangegeven welke bijlagen bij de uiteindelijke digitale aanvraag gevoegd dienen te worden, zoals tekeningen, akoestisch onderzoek, bodemonderzoek of brandveiligheidsonderzoek. Nadat alle benodigde informatie door de aanvrager is verzameld kan de digitale aanvraag definitief aan de gemeente worden verzonden. De digitale aanvraag is dan een feit en de gemeente kan aan de slag met het beoordelen van de aanvraag.
Het gehele traject om te komen tot een volledig digitale aanvraag vergt veel coördinatie en overzicht aangezien in de vragenboom veel en uiteenlopende vragen moeten worden beantwoord en diverse specialistische rapportages als bijlagen moeten worden toegevoegd. Peutz kan de volledige digitale omgevingsvergunningaanvraag (inclusief de benodigde bijlagen) voor en namens u verzorgen. Via het digitale OLO-dossier blijft u uiteraard wel op de hoogte van het gehele proces.
Voor meer informatie: j.hesen@mook.peutz.nl of p.vanvugt@zoetermeer.peutz.nl
Naar de nieuwsbrief
De Wabo kent een reguliere en een uitgebreide procedure. De reguliere procedure, bijvoorbeeld voor het kappen van een boom, de bouwvergunning voor een woning, duurt 8 weken. Hebt u na 8 weken geen bericht dan is de vergunning automatisch verleend. De uitgebreide procedure, bijvoorbeeld indien een “gebruiksvergunning” nodig is of sprake is van een “milieuvergunning”, duurt 26 weken. Indien de 26 weken verlopen zijn, hebt u in dit geval helaas niet “automatisch” een vergunning.
Voor de spreekwoordelijke dakkapel betekent dit tijdwinst ten opzichte van de huidige situatie. Voor de uitgebreide procedure is de tijdwinst echter nihil. Dit wil overigens niet zeggen dat er helemaal geen ”winst” te behalen is. De Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen geeft u de mogelijkheid een dwangsom van de vergunningverlener te eisen tussen de 20 en 40 euro per dag dat hij te laat is.
Indien één van de aan te vragen zaken om een uitgebreide procedure vereist, bijvoorbeeld vanwege afwijking van het bestemmingsplan, worden vervolgens alle zaken afgehandeld volgens deze lange uitgebreide procedure. Uw dakkapel loopt dan gewoon mee met de rest.
Uiteindelijk volgt één vergunning, de omgevingsvergunning, waarin alle aspecten inclusief voorschriften worden geregeld. Met één vergunning is er daarna ook nog maar één bezwaar- en beroepsprocedure. Dit is een duidelijk voordeel ten opzichte van de oude situatie waar, zeker bij complexe projecten, het gevaar bestond van vele parallelle bezwaar- en beroepsprocedures met vaak ook nog verschillende rechtsprekende instanties.
In de nieuwe situatie volgt voor de reguliere procedure eerst bezwaar bij de vergunningverlener zelf, meestal de gemeente. Mocht de commissie voor bezwaar en beroep naar uw mening ook niet komen met het juiste resultaat kunt u verder naar de rechtbank en uiteindelijk nog in hoger beroep bij de Raad van State. Deze rechtsgang komt voor de meeste aspecten (bouwen, slopen, uitrit e.d.) overeen met de huidige situatie. Voor milieu betekent het echter één rechtsgang meer. Kon u tot de Wabo bij een milieuvergunning na het definitieve besluit van de gemeente meteen naar de Raad van State, onder de Wabo komt daar een stap via de rechtbank bij. Dit duidt eerder op tijdverlies dan tijdwinst.
VROM heeft alle procedures samengevoegd in één poster, die hier te downloaden is.
Voor meer informatie: l.lemmers@mook.peutz.nl of e.debeer@zoetermeer.peutz.nl
Naar de nieuwsbrief
Het samenvoegen van meerdere “vergunningen” tot één omgevingsvergunning, één loket bij het bevoegd gezag, één vergunningprocedure, en uiteindelijk eventueel slechts één bezwaar- en beroepsprocedure, zal vaak een duidelijke verbetering blijken ten opzichte van de huidige situatie. Op het eerste oog lijken met name complexe initiatieven hier baat bij te hebben. Het zijn echter ook de complexe aanvragen waar de omgevingsvergunning juist meer risico's met zich mee kan brengen.
Het huidige systeem maakt een soort natuurlijke fasering mogelijk. Eerst wordt het bestemmingsplan gewijzigd, daarna wordt een milieuvergunning aangevraagd, en weer daarna een bouw- en gebruiksvergunning. Het project kan daarbij in iedere nieuwe fase worden bijgesteld rekening houdend met de uitkomsten van de eerdere fasen. Indien bijvoorbeeld uit het bestemmingsplantraject mogelijke milieuhygiënische knelpunten naar voren komen dan kan daar bij de milieuaanvraag op worden ingespeeld. Zijn er bijvoorbeeld knelpunten bij de milieuvergunningaanvraag dan kan daar bij de latere bouwaanvraag rekening mee worden gehouden. Daarmee bestaat een soort “automatisch” intern optimalisatieproces.
De Wabo biedt zowel de mogelijkheid om één omgevingsvergunning aan te vragen voor alle activiteiten van het project als voor het ‘opknippen’ van een project in meerdere omgevingsvergunningen (ook wel deelvergunningen genoemd). Als blijkt dat voor één van de aangevraagde onderdelen geen vergunning verleend kan worden vanwege de aanwezigheid van weigeringsgronden dan kan door ‘opknippen’ voor de overige aangevraagde onderdelen wel een vergunning verkregen worden. Dit dient wel expliciet in de aanvraag door de aanvrager aangegeven te worden. Daarnaast biedt de Wabo de mogelijkheid tot het gefaseerd aanvragen van een omgevingsvergunning.
Dit systeem van deelvergunningen en fasering kent echter wel zijn beperkingen. Zo kunnen onlosmakelijk met elkaar samenhangende aspecten niet “gedeeld” worden en mag slechts sprake zijn van 2 fasen.
Zeker bij complexe aanvragen zal, om zowel de risico's te beperken als optimaal gebruik te kunnen maken van de voordelen die de omgevingsvergunning biedt, sprake dienen te zijn van een integrale aanpak en begeleiding. Zaken als milieu, ruimte, bouwen, veiligheid e.d. zullen voortdurend in onderlinge samenhang afgewogen moeten worden. Het systeem van de omgevingsvergunning maakt het nog meer dan nu zinvol, misschien zelfs noodzakelijk, in een zo vroeg mogelijk stadium haalbaarheden en risico's adequaat te inventariseren en te beoordelen. Peutz kan hierin met haar brede kennis van milieu, ruimte, bouwen en veiligheid uw ideale partner zijn.
Voor meer informatie: l.lemmers@mook.peutz.nl
Naar de nieuwsbrief
Met de introductie van de Wet ruimtelijke ordening in 2008 verdween een veel gebruikte vrijstelling van het bestemmingsplan om een bouwplan te realiseren: de artikel-19 procedure. In plaats daarvan werd het projectbesluit geïntroduceerd.
Het projectbesluit is de afgelopen jaren niet erg populair gebleken. Veel gemeenten zagen op tegen het “dubbele werk”: eerst een projectbesluit nemen en daarna verplicht binnen 1 jaar alsnog het bestemmingsplan aanpassen, terwijl er ook nog eens de dreiging was van het niet mogen invorderen van leges.
Met de invoering van de Wabo zal de term projectbesluit alweer vervallen. In plaats daarvan komt de “omgevingsvergunning waarbij van het geldende bestemmingsplan wordt afgeweken”. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een project dat in strijd is met het bestemmingsplan, is automatisch ook een verzoek tot het mogen afwijken van dat bestemmingsplan. Wel dient er een goede ruimtelijke onderbouwing bij de aanvraag toegevoegd te worden waaruit blijkt dat afwijken van het bestemmingsplan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.
In de Crisis- en herstelwet is verder geregeld dat een omgevingsvergunning niet meer binnen 1 jaar in het bestemmingsplan opgenomen hoeft te worden. Hiermee vervalt het belangrijkste bezwaar van gemeenten tegen het gebruik van dit instrument.
Feitelijk is hiermee de terugkeer van de populaire artikel-19-vrijstelling vrijwel compleet. Initiatiefnemers van bouwplannen kunnen nu in één procedure een bouwvergunningaanvraag indienen, gecombineerd met het verzoek om af te mogen wijken van het bestemmingsplan; een combinatie waarvan waarschijnlijk weer veelvuldig gebruik gemaakt zal worden.
Voor meer informatie: t.kessen@mook.peutz.nl of k.vandernat@zoetermeer.peutz.nl
Naar de nieuwsbrief
In de Woningwet worden technische eisen gesteld aan het bouwen en gebruiken van gebouwen, bijvoorbeeld ten aanzien van energiegebruik en brandveiligheid. Afhankelijk van de aard van een project is een bouwvergunning en/of een gebruiksvergunning vereist om te mogen bouwen of in gebruik te nemen. De thans noodzakelijke vergunningen worden bepaald door de complexiteit van dat project en het type gebruik, bijvoorbeeld of er wordt geslapen in een gebouw. Ook aan bestaande gebouwen worden middels de Woningwet technische eisen gesteld. Daarnaast bepaalt de Woningwet momenteel het kader in verband met slopen.
Met ingang van 1 oktober 2010 worden de gebruiks- en bouwvergunning geïntegreerd in de omgevingsvergunning. Voor het bouwen en de eisen die worden gesteld aan bouwwerken wordt in artikel 2.10 van de wet direct verwezen naar het Bouwbesluit 2003 (algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2 van de Woningwet), de bouwverordening (gemeentelijke bepalingen) en indirect naar het Gebruiksbesluit.
In de Wabo worden voor bestaande gebouwen geen voorschriften gegeven en blijft de Woningwet ongewijzigd van toepassing. Wat betreft het gebruik van bouwwerken is de toekomstige situatie minder eenvoudig. In de Wabo wordt omschreven dat voor het gebruiken van een bouwwerk, voor nader aan te wijzen categorieën, een omgevingsvergunning vereist is. Deze categorieën worden beschreven in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Hierin zijn de categorieën overgenomen waarvoor momenteel een gebruiksvergunning vereist is. De omgevingsvergunning kan voor het gebruik van een bouwwerk in beginsel worden gebaseerd op het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken (Gebruiksbesluit). Daarnaast kan het bevoegd gezag aanvullende eisen stellen die een brandveilig gebruik moeten garanderen.
Voorts is het Gebruiksbesluit onverkort van toepassing op gebouwen die niet vergunningsplichtig zijn. Hierbij gaat het om die categorieën waar een gebruiksmelding vereist wordt op grond van het Gebruiksbesluit. In hoofdzaak komt het hierbij neer op gebouwen waar meer dan 50 personen gelijktijdig in aanwezig kunnen zijn maar die niet vallen onder de categorieën zoals omschreven in het Bor.
Overigens wordt opgemerkt dat de huidige technische eisen die gesteld worden aan het bouwen en het brandveilig gebruik van gebouwen niet wijzigen. Dezelfde technische eisen zijn van toepassing, alleen het proces van vergunningaanvraag en – verlening wijzigt.
Voor bestaande gebruiksvergunningen geldt dat deze gelijkgesteld worden aan een omgevingsvergunning voor de betreffende activiteit. Ook op lopende bouwaanvragen blijft het recht van toepassing zoals dat gold juist voor het moment van aanvragen. De uiteindelijk (nog te verkrijgen) vergunning wordt gelijkgesteld aan een omgevingsvergunning voor de betreffende activiteit.
Voor meer informatie: j.wijnia@zoetermeer.peutz.nl
Naar de nieuwsbrief
Gezien de vele malen uitstel van invoering van de Wabo kan achteraf geconcludeerd worden dat slechts met uitzonderlijke gaven de uiteindelijke datum van invoeren voorspeld had kunnen worden.
Dezelfde gaven zijn nu nodig om aan te kunnen geven hoe de praktijk van de omgevingsvergunning er uit zal zien. Ook wij hebben helaas geen glazen bol, maar in algemene zin kunnen we wel onze verwachtingen uitspreken.
De onderliggende doelstelling van de Wabo, een betere dienstverlening van de overheid door één loket, één bevoegd gezag, één vergunning en één beroepsprocedure is zonder meer te prijzen. In de meeste gevallen biedt het nieuwe systeem voordelen voor zowel aanvrager als vergunningverlener. De integratie van milieu, ruimte, bouwen en veiligheid is een logische stap die er voor kan zorgen dat alle samenhangende belangen al vroegtijdig inzichtelijk worden.
Toch zijn er ook zaken rond de invoering van de Wabo die, met nog 3 maanden tot de invoering, enige zorg baren. De weg naar het ene loket, in de meeste gevallen digitaal via het Omgevingsloket Online, krijgt definitieve vorm en lijkt klaar voor invoering. Op dit moment is echter weinig zicht op de stand van zaken achter het loket. Het is duidelijk dat de diverse overheden op dit moment veel energie steken in zowel personeel als ICT. Dit is geen overbodige luxe. Met name de coördinatie en stroomlijning achter het loket zal het succes van de omgevingsvergunning mede bepalen. Voor de overheid ligt nog een grote afstemmingsopgave te wachten, waarbij iedere speler zal moeten wennen aan de nieuwe rolverdeling.
Zorg baart verder de vraag of de “informele” lijnen met het bevoegd gezag voldoende open blijven. Bij complexe aanvragen zal vooroverleg met het bevoegd gezag op technisch inhoudelijk niveau met de diverse vakambtenaren onontbeerlijk blijven. De één-loket-gedachte zou hierin wel eens beperkend kunnen werken.
Samenvattend biedt de Wabo met zijn omgevingsvergunning grote kansen, maar er zijn ook risico's. Wij zijn er klaar voor. Met als belangrijkste asset onze integrale advisering en kennis op het gebied van milieu, ruimte, bouwen en veiligheid, is Peutz in staat opdrachtgevers optimaal te laten profiteren van de voordelen van de Wabo. En, zoals u van Peutz mag verwachten, houden we ook altijd goed zicht op de valkuilen.
Naar de nieuwsbrief