Stilste onderzoeksvloer voor laboratorium Nanotechnologie

De Universiteit Twente te Enschede heeft het Nanolab ontwikkeld, een laboratoriumgebouw met diverse onderzoeksfaciliteiten en cleanrooms voor nanotechnologie. In cleanrooms worden hoge eisen gesteld aan temperatuur, luchtvochtigheid en stof. In het Nanolab zijn tevens de hoogste eisen gesteld met betrekking tot vloertrillingen. De layout van het gebouw is vanaf de eerste schets gericht op het beperken van trillingen. Het heeft geresulteerd in de onderzoeksfaciliteit met de stilste vloeren in Nederland die zich kan meten met toonaangevende onderzoeksinstituten wereldwijd.

Door Peutz is een principe-indeling gemaakt voor trillingbronnen en trillingarme vloeren. Deze is gehanteerd als onderlegger voor het ontwerp. De trillingarme vloeren zijn volledig gedilateerd van de rest van het gebouw en de dakconstructie wordt afgedragen via een aparte fundatie. De trillingarme vloeren zijn uitgewerkt op basis van een berekening volgens de Eindige Elementen Methode (EEM). Hiermee zijn de verschillende eigenfrequenties van de vloer berekend en is de trillingoverdracht van een externe trillingbron naar de trillingarme vloer bepaald.

In elke fase van het uitvoeringsproces zijn trillingmetingen uitgevoerd om te controleren of de specificaties gehaald werden. De trillingniveaus op de trillingarme vloeren blijken ruimschoots onder de specificaties te liggen. De Universiteit Twente heeft daarmee een van de stilste onderzoeksfaciliteiten van Europa tot haar beschikking.

Meer informatie vindt u op UT Enschede of b.snoeij@zoetermeer.peutz.nl

Naar de nieuwsbrief

Projectuitvoeringsbesluit: woningbouw in hogere versnelling

Met de inwerkingtreding van de Crisis- en herstelwet (Chw) op 31 maart 2010 is een nieuw instrument in het leven geroepen: het projectuitvoeringsbesluit (pub). Met dit projectuitvoeringsbesluit kunnen woningbouw-projecten die voorzien in de bouw van ten minste 12 woningen en ten hoogste 1.500 (in het geval van twee ontsluitingswegen en een gelijkmatige verkeersverdeling) of 2.000 (in het geval van één ontsluitingsweg) woningen worden gerealiseerd. De bovengrens van het aantal woningen garandeert dat het project niet m.e.r.-(beoordelings-)plichtig is en niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit.

Naast woningbouwprojecten kunnen ook bij Algemene Maatregel van Bestuur aan te wijzen andere projecten van maatschappelijke betekenis met het projectuitvoeringsbesluit worden gerealiseerd. Dit besluit strekt tot vervanging van alle besluiten die anders vereist zouden zijn. Het indienen van afzonderlijke aanvragen voor elke vergunning (bijvoorbeeld een bouwvergunning, kapvergunning en sloopvergunning) is hiermee niet meer nodig. De toetsingskaders en normen van de betrokken wetten blijven wel van toepassing.

Voor zover het projectuitvoeringsbesluit en het vigerende bestemmingsplan niet met elkaar in overeenstemming zijn, geldt het projectuitvoeringsbesluit als projectbesluit conform de Wet ruimtelijke ordening.

Met dit projectuitvoeringsbesluit worden de juridische procedures versimpeld en versneld, e.e.a als onderdeel van de tijdelijke maatregelen uit de Crisis- en herstelwet geldend tot 1 januari 2014.

Met de inwerkingtreding van de Crisis- en herstelwet is de verplichting om het projectbesluit na één jaar op te nemen in het bestemmingsplan vervallen. Juist deze verplichting (met als stok achter de deur het vervallen van de bevoegdheid tot het invorderen van leges) was voor veel gemeenten reden om geen gebruik te maken van dit instrument.

Voor meer informatie: k.vandernat@zoetermeer.peutz.nl

Naar de nieuwsbrief

Peutz Academy

In de maand april verzorgt Peutz de volgende cursussen:

  • Geluid in het omgevingsrecht (Dagcursus, 20 april 2010, Zoetermeer)
  • PGS 15 – Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen (Middagcursus, 22 april 2010, Zoetermeer)
  • Ruimtelijke ordening en milieu (Dagcursus, 27 april 2010, Zoetermeer)

    Zie hier voor meer informatie over de cursussen of mail naar info@zoetermeer.peutz.nl
  • Naar de nieuwsbrief

    Wereldwijd weerpatronen simuleren

    Kennis van lokale weersomstandigheden is voor sommige projecten van essentieel belang. Om onderzoek te doen naar windhinder, winddrukken, luchtkwaliteit, opwarming (heat islands) en geurverspreiding op lokaties waar meteorologische gegevens niet of beperkt beschikbaar zijn, moeten alternatieve informatiebronnen worden aangeboord. De juiste meteorologische beginvoorwaarden hebben immers een directe invloed op het resultaat van rekenstudies. Sinds enige tijd beschikt Peutz over meteorologische computermodellen om weerpatronen op lokaal niveau te kunnen voorspellen. Zo kan hiermee de invloed van een groot bouwplan op de lokale weersomstandigheden voorspeld worden.

    De conventionele methoden voor het analyseren van weerpatronen op een projectlocatie bestaan uit het bestuderen van weerdata van de dichtstbijzijnde weerstations. Peutz heeft onderzocht of het gebruik van een meteorologisch computermodel nauwkeurig genoeg is om van een specifieke projectlocatie bruikbare weergegevens te berekenen. Met zo'n meteorologisch model is het mogelijk weerpatronen te simuleren op vrijwel elke locatie op aarde. Hiermee kunnen weersomstandigheden berekend worden ongeacht de afstand tot het dichtstbijzijnde weerstation.

    De simulaties worden gemaakt op basis van hoge resolutie geografische data van de locatie. Hierdoor is de invloed van bijvoorbeeld valleien, grote steden of kusten in de simulatie inbegrepen. Deze gegevens worden vaak aangevuld met meteorologische observaties ter plaatse (weerballonnen e.d.). Validatiestudies tonen aan dat de resultaten goed overeenkomen met de observaties van weerstations.

    Om de mesoschaal meteorologische verschijnselen te modelleren van de locatie in kwestie wordt bij Peutz het vijfde generatie Mesoschaal Model (MM5) gebruikt. Het model is ontwikkeld door de Pennsylvania State University (PSU) in samenwerking met het National Center for Atmospheric Research (NCAR). De dimensies van het model kunnen variëren van enkele tot duizenden kilometers, afhankelijk van de omvang van het meteorologisch verschijnsel. De ingenieurs van Peutz kunnen ook landschappen programmeren voor simulaties van toekomstige constructies op snel ontwikkelende locaties.

    Deze toepassing wordt nog krachtiger wanneer MM5 output wordt gebruikt als invoer voor een Computational Fluid Dynamics onderzoek (CFD) en/of windtunnelmetingen. Temperatuur, windsnelheid en -richting kunnen met MM5 berekend worden met een resolutie van één bij één kilometer door gebruik te maken van specifieke weerdatasets. Daarmee kunnen dan:

  • de berekende omstandigheden gebruikt worden met CFD software om kleinschaligere simulatie te maken van een meter bij een meter resolutie.
  • windstatistieken berekend worden van een locatie die gebruikt kunnen worden voor windtunnel metingen van hele hoge gebouwen. Hierdoor kunnen de effecten van windrotatie op grotere hoogtes in de simulatie inbegrepen worden.

    De ervaring die is opgedaan in enkele projecten leert dat MM5 een waardevolle toevoeging biedt aan wind- en temperatuurstudies van projecten.

    Voor meer informatie: m.vanuffelen@mook.peutz.nl

    Naar de nieuwsbrief
  • Rekenpakket hogedruk aardgasleidingen per 1 mei beschikbaar

    Na een vertraging van bijna een jaar is het Nederlandse standaard rekenpakket voor ondergrondse hogedruk aardgasleidingen ''CAROLA '' beschikbaar. Dit is gebaseerd op het rekenpakket van Gasunie, 'Pipesafe'. In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen nabij een hogedruk aardgasleiding kan het nodig zijn om een kwantitatieve risicoberekening uit te voeren om te kunnen toetsen aan de (ontwerp) externe veiligheidsnormen.

    Indien een ruimtelijke ontwikkeling nabij een hogedruk aardgasleiding plaatsvindt binnen de zogenaamde inventarisatieafstand kan het nodig zijn het groepsrisico (een externe veiligheidsnorm) te berekenen. In geval van significante toename van het groepsrisico dient onderzocht te worden hoe met maatregelen deze toename kan worden verantwoord.

    CAROLA staat voor ComputerApplicatie voor Risicoberekeningen aan Ondergrondse Leidingen met Aardgas. De uitkomsten van de risicoberekeningen kunnen getoetst worden aan het ontwerp Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), dat naar verwachting begin 2011 in werking treedt. Tot op heden werden benodigde berekeningen op verzoek van het bevoegd gezag uitgevoerd door de Gasunie (en later door de Kema) met het rekenpakket Pipesafe. Pipesafe is niet vrij verkrijgbaar. Uitkomsten van berekeningen met Pipesafe komen overeen met die van CAROLA, waardoor het niet nodig is eerdere berekeningen met Pipesafe en de vastgestelde rekenmethodiek opnieuw te doen. Naast de risico's van drooggasleidingen kunnen ook de risico's van natgasleidingen (aardgas met condensaat) en zuurgasleidingen (aardgas met zwavelwaterstof) worden bepaald. Voor een berekening worden locatiespecifieke leidinggegevens gebruikt, die bij de leidingeigenaar moeten worden opgevraagd. Peutz heeft reeds voldoende ervaring met door Gasunie/Kema uitgevoerde risicoberekeningen en zal vanaf begin mei 2010 zelf berekeningen met Carola uitvoeren.

    Voor meer informatie: m.pikaar@zoetermeer.peutz.nl

    Naar de nieuwsbrief

    Metropool genomineerd voor de nationale hoofdprijs: het BNA Gebouw van het Jaar 2010

    Pop- en cultuurpodium Metropool in Hengelo is in oktober 2009 geopend en bestaat uit een grote zaal, een kleine zaal, grand café, foyer, binnenterras, vier popoefenruimten en diverse kantoren. Het is een podium voor diverse activiteiten zoals live popconcerten, dance activiteiten, een open podium voor popmuziek e.d. Metropool is naast het spoor gebouwd; dichtbij worden woningen gesitueerd. Hierdoor is niet alleen de interne geluidisolatie van belang, maar ook de geluidemissie naar de omgeving en de geluidisolatie van buiten naar binnen. Peutz is intensief als adviseur betrokken geweest bij dit project.

    Bij de opzet van het gebouw is door Benthem Crouwel samen met Peutz een prachtige synergie gevonden voor de noodzakelijke opbouw voor de geluidisolatie en de architectuur. Binnen de bouwkundige omhulling staan twee betonnen dozen op veren. Zo storen twee gelijktijdige concerten elkaar en de omgeving niet. En toch kun je door de grote glazen pui de feeëriek verlichte dozen zien. Naast het realiseren van een goede geluidisolatie heeft de ruimteakoestiek van de zalen speciale aandacht gekregen.

    De akoestiek van de twee zalen (het Paradijs voor 250 personen en Jupiler-zaal voor 850 personen) wordt geroemd. Samen met de directie is gemikt op een akoestiek die zo min mogelijk publieksafhankelijk is, dus makkelijk in te regelen zeggen de geluidstechnici. Daarnaast is aan de zalen toch een eigen akoestiek gegeven. Samen met de architect is een patroon van geluidabsorberend materiaal op de wanden en het plafond ontworpen dat zowel goed oogt als goed klinkt.

    Onder de grote Jupiler zaal ligt op de begane grond een geluidgeïsoleerd Grand Café. Op de begane grond zijn ook de vier popoefenruimten, die ook als geluidisolerende dozen zijn uitgevoerd. Onder de kleine zaal (het Paradijs) zijn kantoren gesitueerd.

    Metropool is genomineerd voor de nationale hoofdprijs: het BNA Gebouw van het Jaar 2010. De uitreiking van deze prijs is op 22 april 2010 in de faculiteit Bouwkunde van de TU Delft.

    Voor meer informatie: p.heringa@zoetermeer.peutz.nl

    Naar de nieuwsbrief

    Invoering Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

    De Invoeringswet Wabo is op 23 maart 2010 aangenomen in de Eerste Kamer. Daarmee is de laatste stap in het wettelijke traject tot invoering van de Wabo afgerond. De minister heeft aan de Eerste Kamer laten weten dat de haalbaarheid van de invoeringsdatum van de Wabo op 1 juli afhankelijk is van het op een juiste wijze functioneren van het digitale loket, genoemd het Omgevingsloket Online. VROM, IPO en VNG beslissen in mei of het Omgevingsloket Online naar behoren functioneert om de wet per 1 juli a.s. in te voeren.

    De Invoeringswet Wabo bevat voornamelijk wetstechnische aanpassingen van de Wabo die ervoor zorgen dat de tekst van de wet op het moment van inwerkingtreding volledig en actueel is. De laatste regelgeving rond de Wabo is op 1 april 2010 gepubliceerd in het Staatsblad en de Staatscourant. Het gaat hier om de Invoeringswet Wabo, het Invoeringsbesluit, het Besluit omgevingsrecht (Bor) en de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor).

    De Wabo hanteert het uitgangspunt dat er per project één bevoegd gezag is dat verantwoordelijk is voor de vergunningverlening en de (bestuursrechtelijke) handhaving van de omgevingsvergunning. Als hoofdregel kent de Wabo het bevoegd gezag toe aan burgemeester en wethouders van de gemeente waar het project (in hoofdzaak) zal worden uitgevoerd. Gedeputeerde Staten worden alleen aangewezen als het bevoegd gezag voor de provinciale IPPC- en BRZO-inrichtingen die vanwege hun milieuaspecten in de huidige regeling al onder provinciaal gezag vallen. Voor alle overige, thans provinciale niet-IPPC- en niet BRZO-inrichtingen zullen burgemeester en wethouders bevoegd gezag worden. Er geldt voor deze inrichtingen wel een tijdelijke overgangssituatie met deelbevoegdheid van Gedeputeerde Staten met betrekking tot het milieudeel. Dit geldt voor vergunningverlening en handhaving. Deze bevoegdheden zijn tijdelijk totdat de regionale uitvoeringsdiensten zijn gerealiseerd (1 januari 2012).

    Voor meer informatie: p.vanvugt@zoetermeer.peutz.nl

    Naar de nieuwsbrief

    DAGA 2010: lezingen Peutz

    Dit jaar werd het congres voor akoestiek, DAGA 2010 (15 - 18 maart) in Berlijn gehouden. Daar werd de nieuwste stand van zaken op het gebied van akoestiek behandeld. Peutz heeft hierin een significante bijdrage geleverd door 3 lezingen te houden.

    De complete papers van de Peutz medewerkers zijn hier te zien.

  • Die Renoviering des Konzertsaales De Doelen in Rotterdam (M.R. Lautenbach, M.L.S. Vercammen)
  • Entwicklung eines verbesserten raumakustischen Messlautsprechers (K.-H. Lorenz-Kierakiewitz, M.L.S. Vercammen)
  • Die akustische Geschichte der Staatsoper Unter den Linden (M.L.S. Vercammen, H.-P.Tennhardt)

    Voor meer informatie: m.vercammen@mook.peutz.nl

    Naar de nieuwsbrief
  • NOx-emissiehandel: deadline handelsjaar nabij

    Eind maart 2010 was de deadline voor bedrijven die onder de emissiehandel (NOx of CO2) vallen om het emissiejaarverslag over het jaar 2009 in te leveren. Een paar dagen voor de deadline hadden nog maar 65% van de bedrijven deze plicht vervuld. Eind april 2010 is alweer de volgende deadline, namelijk voor het handelen in emissierechten voor 2009. Nieuwkomers die door de herziening van de Europese Richtlijn emissiehandel 2003/87/EG met ingang van 2013 onder de CO2-emissiehandel vallen moeten voor 1 mei 2010 CO2-emissiegegevens over de periode 2005-2010 aan het ministerie van VROM doorgeven, zodat hun rechten kunnen worden gereserveerd.

    Het emissiejaarverslag omschrijft hoeveel het bedrijf daadwerkelijk aan NOx en/of CO2 heeft uitgestoten in 2009. Op basis van deze emissie en de verkregen emissierechten dient het bedrijf voor 1 mei, de datum waarop het handelsjaar van de emissiehandel wordt afgesloten, een transactie te hebben gedaan van emissierechten. Jaarlijks verdwijnt op 1 mei het jaarsaldo van het voorgaande emissiejaar en daarmee de geldigheid van de eventueel nog aanwezige emissierechten. Om te voorkomen dat 'overgebleven' emissierechten op 1 mei ongeldig worden kan het bedrijf tot 30 april twee dingen doen:

  • verkopen (handelen);
  • sparen naar het volgende jaarsaldo.
    Wanneer op 1 mei 2010 blijkt dat te weinig emissierechten zijn ingeleverd zal de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) handhavend optreden. Indien het bedrijf rechten tekort komt dient dit tekort aldus voor 1 mei teniet te worden gedaan. Dit kan op twee manieren:
  • rechten bijkopen (bijvoorbeeld via de beurs);
  • rechten lenen van het komende emissiejaar (bijvoorbeeld als verwacht wordt dat volgend jaar wel emissierechten worden overgehouden).

    Meer informatie vindt u op de site van de NEa www.emissieautoriteit.nl of j.deklerk@zoetermeer.peutz.nl

    Naar de nieuwsbrief