Wij wensen al onze relaties heel prettige feestdagen en een voorspoedig 2010.
Naar de nieuwsbrief |
Het RIVM heeft een systeem ontwikkeld voor de bepaling van het aantal slachtoffers (zowel doden als gewonden) bij een incident met toxische stoffen. Het systeem moet nog verder uitgewerkt worden in protocollen en ook dienen criteria nog te worden vastgesteld.
Er bestaan al methoden om het aantal dodelijke slachtoffers te berekenen, maar het aantal gewonden en de aard van de verwondingen konden nog niet methodisch worden vastgesteld. Hierdoor ontstond een diversiteit aan criteria die gehanteerd worden voor het opstellen van rampenplannen door de brandweer. Het door het RIVM opgestelde systeem kan ook worden gebruikt bij het beoordelen van ruimtelijke ordeningsplannen en milieuvergunningaanvragen.
Het systeem van het RIVM is bedoeld ten behoeve van de preparatie van de hulpverleningsdiensten op incidenten en bestaat uit 3 fasen:
Fase 1: definiëren van de activiteit en de mogelijke incidenten waarbij blootstelling aan stoffen plaats kan vinden (door bestuurders en lokale hulpverleners).
Fase 2: berekening (door hulpverleningsdiensten) van de niet-zelfredzame personen dat bij ontruiming hulp nodig heeft. De inschatting van het aantal slachtoffers is gebaseerd op de zogeheten rampeninterventiewaarden d.w.z. richtwaarden voor kortdurende blootstelling aan stoffen via de lucht.
Fase 3: Berekening (inschatting) van het aantal doden en gewonden gerelateerd aan de blootstelling aan een stof (door deskundige).
Uit de capaciteitsberekening voor de benodigde inzet van de hulpverleningsdiensten kan blijken dat er meer slachtoffers zullen zijn bij een bepaald incident dan de hulpverleningsdiensten aan zouden kunnen. Een nadere analyse van te treffen maatregelen (aanpassen van de activiteit) kan dan nodig zijn.
Het systeem dat door het RIVM is ontwikkeld, dient nog uitgewerkt te worden in protocollen en criteria. Het doel is dat het bevoegd gezag en de hulpverleners straks zelf het aantal slachtoffers kunnen bepalen voor de verschillende incidenten die zich kunnen voordoen. Het systeem betreft een voorstel en wordt (vooralsnog) niet wettelijk verplicht gesteld.
Voor meer informatie: m.pikaar@zoetermeer.peutz.nl
Naar de nieuwsbrief |
Op het terrein van Peutz bij het laboratorium te Molenhoek is ten behoeve van promotieonderzoek door Ben Bronsema aan de Technische Universiteit Delft een testmodel gebouwd van een zogenaamde ‘zonneschoorsteen’.
De opstelling bestaat uit een slanke, zeer goed thermisch geïsoleerde constructie, met een hoogte van ca 11,5 m. Aan de zuidzijde (zonzijde) is de constructie voorzien van goed isolerend glas met een hoge doorlaatbaarheid voor zonstraling. In de schoorsteen is een absorberplaat aangebracht.
Aan de voet van de schoorsteen is een kleine ruimte gerealiseerd (testcel) voor het aanbrengen van de meet- en regelapparatuur en het conditioneren van de ventilatielucht.
Het concept werkt als volgt: de in de zonneschoorsteen binnenvallende zonnewarmte valt op de absorberplaat waarmee de lucht in de schoorsteen wordt verwarmd. De warme lucht stijgt op en zorgt voor schoorsteentrek. Door de schoorsteentrek wordt lucht vanuit de testcel aangezogen.
De temperatuur in de testcel wordt d.m.v. een warmtepomp zodanig geregeld dat deze representatief is voor de temperatuur in (kantoor)gebouwen: 20 °C in de winter en 24 °C in de zomer.
Doel van het onderzoek is ondermeer vast te stellen hoe zonneschoorstenen moeten worden geconstrueerd en gedimensioneerd om dienst te kunnen doen voor de afzuigventilatie van gebouwen. Daarnaast zal worden bepaald hoe groot de bijdrage van zonne-energie kan zijn voor het verwarmen van gebouwen. Hiertoe worden metingen verricht van o.a. druk, temperatuur, luchtsnelheid, zonstraling en windsnelheid. Door middel van ruim 100 meetopnemers wordt informatie verzameld.
Een door de TU Eindhoven ontwikkeld simulatiemodel zal bij verschillende seizoenomstandigheden in de opstelling worden gevalideerd.
Het onderzoek, dat mede wordt gefinancierd door EZ/SenterNovem EOS wil een bijdrage leveren aan het op energiezuinige en innovatieve wijze ventileren en verwarmen van gebouwen.
Voor meer informatie: h.bruggema@mook.peutz.nl
Naar de nieuwsbrief |
De nieuwe Wet ruimtelijke ordening is in werking getreden op 1 juli 2008. Eén van de doelen van de Wet is dat ruimtelijke plannen digitaal opgesteld en beschikbaar gesteld moeten worden. Dit onderdeel, dat eerder in verband met technische problemen werd uitgesteld, treedt per 1 januari 2010 in werking.
Hiermee moeten alle nieuwe bestemmingsplannen en structuurvisies die vanaf 1 januari 2010 worden vastgesteld voldoen aan ruimtelijke standaarden (IMRO, SVBP, STRI). Ook moeten de plannen voor burgers digitaal raadpleegbaar zijn. Alle nieuwe plannen worden vanaf die datum op www.ruimtelijkeplannen.nl beschikbaar gesteld. Verschillende plannen zijn nu al via genoemde website in te zien. Inmiddels heeft 88% van de gemeenten aangegeven te verwachten vanaf 1 januari aan alle digitale verplichtingen te kunnen voldoen. Na de overgang naar het digitale tijdperk wacht een tweede grote taak voor overheden: bestaande ruimtelijke plannen moeten worden geactualiseerd en gedigitaliseerd, een groot gedeelte al voor 2013. Uiteindelijk zullen in 2018 voor het hele grondgebied van de gemeente digitale bestemmingsplannen beschikbaar zijn.
Peutz ondersteunt en adviseert diverse partijen zoals projectontwikkelaars en gemeenten bij het opstellen van digitale plannen. In het afgelopen jaar zijn dan ook al diverse plannen volgens de nieuwe standaarden vervaardigd.
Voor meer informatie over het opstellen van (digitale) bestemmingsplannen, projectbesluiten en ondersteuning op het gebied van ruimtelijke ordening: t.kessen@mook.peutz.nl
Naar de nieuwsbrief |
De crisis- en herstelwet treedt niet in werking per 1 januari 2010 (zie ook Peutz Actueel september), vanwege de behandeling van de wet in de Eerste Kamer. De nieuwe datum voor het van kracht worden van de wet is nog onduidelijk, maar zal op zijn vroegst 1 maart 2010 zijn.
Voor meer informatie: j.oostdijk@zoetermeer.peutz.nl
Naar de nieuwsbrief |
Begin 2010 verzorgt Peutz de volgende cursussen en trainingen:
Studiemiddag bouwakoestiek
(Middagcursus, 26 januari 2010, Mook)
Luchtkwaliteit: van eenvoudig tot complex (incl. bezoek aan windtunnel)
(Dagcursus, 18 maart 2010, Mook)
Brandveilig denken
(Dagcursus, 25 maart 2010, Zoetermeer)
Training meten en rekenen industrielawaai
(Driedaagse training, 23, 30 en 31 maart 2010, Zoetermeer)
Zie hier voor meer informatie over de cursussen of mail naar info@zoetermeer.peutz.nl
Naar de nieuwsbrief |
In augustus jl. heeft het internationale congres Internoise 2009 in Canada plaatsgevonden. Door Peutz is hier een lezing verzorgd met als onderwerp ''Sound power levels of trucks at low speed''. Hierbij wordt ingegaan op recent door Peutz uitgevoerd onderzoek naar de geluidproductie van vrachtauto's bij lage snelheden. Officiële reken- en meetvoorschriften zijn niet representatief voor deze geluidproductie, omdat deze gelden voor hogere snelheden.
Geconcludeerd wordt dat de geluidproductie van vrachtwagens niet ingrijpend is veranderd in vergelijking met het door Peutz uitgevoerde onderzoek uit 1999.
Snelheid speelt een belangrijke rol bij de geluidproductie van vrachtwagens. De meest voorkomende rijsnelheden op industrie- en bedrijfsterreinen zijn 20 km/u à 25 km/u. De geluidvermogensniveaus bij deze snelheden kunnen aangehouden worden bij het schatten van de geluidproductie van een vrachtwagen waarvan de gemiddelde rijsnelheid niet bekend is. Het rijgedrag is evenzo een belangrijke factor bij de geluidproductie van vrachtwagens. Vrachtwagens die accelereren produceren aanzienlijk meer lawaai dan vrachtwagens met een constante rijsnelheid.
Klik hier om het artikel te lezen.
Voor meer informatie: j.granneman@zoetermeer.peutz.nl
Naar de nieuwsbrief |
Door SDU is recent in de Praktijkreeks Geluid en Omgeving het door H. Wolfert van DCMR en J.H. Granneman van Peutz opgestelde boek "Industrielawaai" uitgegeven.
In het boek worden de volgende onderwerpen behandeld: industriële geschiedenis en de ontwikkeling van industrielawaai hierin, de mate van geluidhinder door industriële activiteiten, onderscheid tussen de verschillende branches en sectoren qua industrielawaai.
Wet- en regelgeving worden behandeld, alsmede de manier waarop de geluidbelasting rond bedrijven en industrieterreinen dient te worden vastgesteld.
Ingegaan wordt op de eisen aan akoestische rapporten en de interpretatie van vergunningvoorschriften inzake industrielawaai evenals een uitgebreid overzicht van jurisprudentie. Afgesloten wordt met mogelijke ontwikkelingen op het gebied van industrielawaai.
Voor meer informatie: j.granneman@zoetermeer.peutz.nl
Naar de nieuwsbrief |
Website | Contact | Afmelden |
|