Minister Cramer van VROM werkt aan een Wet gebiedsontwikkeling en milieu, die het eenvoudiger moet maken af te wijken van milieuregels bij de realisatie van complexe ruimtelijke ontwikkelingen. De wet moet een eind maken aan het “juridisch figuurzagen” over milieunormen in dit soort projecten.
De afgelopen jaren zijn veel grote projecten bij de Raad van State gesneuveld op milieu-aspecten. Voorbeelden zijn onder andere Waterfront in Harderwijk vanwege natuuraspecten en de vele wegverbredingen vanwege de luchtkwaliteit.
Vanuit het veld wordt aangegeven dat projecten door de complexiteit van wet- en regelgeving nauwelijks nog te managen zijn: “het is bijna onmogelijk geworden om een foutloos parcours af te leggen”. Inmiddels werkt het ministerie van VROM aan een actieprogramma ‘Vernieuwing instrumentarium milieu en gebiedsontwikkeling’. Daarmee wordt ingezet op verhoging van de snelheid en kwaliteit van gebiedsontwikkeling.
Een van de eerste stappen is de Wet gebiedsontwikkeling en milieu (Wgm), die het eenvoudiger moet maken om gemotiveerd af te wijken van de gangbare milieunormen, in ruil voor ruimtelijke kwaliteit. De Wgm zou ook de bestaande Interimwet stad- en milieubenadering moeten vervangen. Nog voor de zomer wil minster Cramer de Tweede Kamer nader informeren over haar plannen.
Voor meer informatie over de rol van milieu bij gebiedsontwikkeling: t.kessen@mook.peutz.nl
Naar de nieuwsbrief |
Het ontwerp-Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Bron: AMvB Ruimte) van
VROM is gepubliceerd. Vanaf 17 juni tot en met 30
augustus 2009 kan een ieder schriftelijk en langs elektronische weg
opmerkingen maken over dit ontwerp-Besluit.
Met de nieuwe AMvB Ruimte worden nationale belangen die doorwerking vragen
ten gevolge van de Wro geborgd. Dit zal in twee tranches plaatsvinden.
De eerste tranche betreft een beleidsneutrale omzetting van bestaande
beleidskaders (realisatieparagraaf). De tweede tranche bevat de
beleidskaders die worden herijkt vanwege voorgenomen structuurvisies.
Op www.vrom.nl vindt u de ‘vraag en antwoord’-rubriek die nader ingaat op de betekenis en inhoud van de nieuwe AMvB Ruimte.
Voor meer informatie: r.jansen@zoetermeer.peutz.nl
Naar de nieuwsbrief |
Het Activiteitenbesluit stelt dat type A- en B-bedrijven die zijn
gevestigd op een geluid-gezoneerd industrieterrein vanaf december 2008 als
standaard geluidgrenswaarde 50 dB(A) op 50 m afstand van de erfgrens
opgelegd krijgen. Dit is vaak een wezenlijke aanscherping van de standaard
grenswaarden die daarvoor golden. Indien het bedrijf daaraan niet kan
voldoen zonder omvangrijke investeringen kunnen ruimere grenswaarden
verleend worden, mits de gemeente daaraan wil meewerken. Een verzoek voor
een dergelijke aanpassing (een zogenaamd maatwerkvoorschrift) dient door het
bedrijf aan de gemeente gericht te worden.
Voornoemde standaard grenswaarden zijn bedoeld om de blokkade van de
gezoneerde industrieterreinen op te heffen. Die blokkade wordt vaak mede
veroorzaakt door de formele geluidruimte van type A- en B-bedrijven. Dit
zijn bedrijven die niet vergunningplichtig maar meldingsplichtig zijn, en
aan standaard milieuvoorschriften moeten voldoen. Die formele geluidruimte
is vaak veel ruimer dan het bedrijf voor zijn bedrijfsvoering nodig heeft.
Voornoemde aanscherping is in die situatie dan ook geen probleem en helpt
mee de zoneringsproblemen op te lossen. Echter, niet alle bedrijven kunnen
aan die aangescherpte geluideisen voldoen. In die situatie is het
verkrijgen van ruimere grenswaarden van groot belang. In een
klachtensituatie kan het bedrijf namelijk bij handhaving in een moeilijke
situatie terecht komen. Ruimere grenswaarden zijn vaak op basis van
voormalige bestaande rechten verdedigbaar. Een actieve benadering van
bedrijven is gewenst; een verzoek voor een maatwerkvoorschrift met
geluidgrenswaarden waaraan het bedrijf wel kan voldoen is aan te bevelen.
Reeds eerder bent u hierover door ons geinformeerd in de Peutz Actueel van december 2007
Voor meer informatie: j.granneman@zoetermeer.peutz.nl
Naar de nieuwsbrief |
Het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, kortweg het Activiteitenbesluit genoemd, wordt thans door VROM aangepast. Deze wijziging zal naar verwachting op 1 januari 2010 inwerking treden. Voor nog meer inrichtingen komt daarmee de vergunningplicht te vervallen. Ook vallen daarmee alle IPPC-inrichtingen onder de Europese Richtlijn inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (IPPC-richtlijn) onder het Activiteitenbesluit. Het Activiteitenbesluit wordt daarmee ook van toepassing op die vergunningplichtige IPPC-inrichtingen, waardoor deze voor een deel van hun activiteiten zullen moeten voldoen aan voorschriften uit het Activiteitenbesluit.
Voor IPPC-inrichtingen gelden al voorschriften inzake de toepassing van de beste beschikbare technieken. Technische ontwikkelingen kunnen tot gevolg hebben dat de beste beschikbare technieken in de algemene regels van het Activiteitenbesluit achter gaan lopen. In dat geval moet het bevoegd gezag voorschriften stellen die wel als beste beschikbare technieken kunnen worden aangemerkt.
Los daarvan heeft Peutz vanwege een aantal in de praktijk gebleken onduidelijkheden ook wijzigingsvoorstellen voor de tweede fase van het Activiteitenbesluit bij VROM ingediend.
Zie voorts de Staatscourant 2009, nr. 41.
Voor meer informatie: j.granneman@zoetermeer.peutz.nl
Naar de nieuwsbrief |
In opdracht van het ministerie van Verkeer en Waterstaat werkt het RIVM momenteel aan een (handleiding voor een) rekenmethodiek voor de bepaling van de risico’s voor de omgeving ten gevolge van activiteiten op luchtvaartterreinen (inclusief helikopterhavens). Het in ontwikkeling zijnde rekenpakket heeft de naam GEVERS meegekregen.
Met GEVERS wordt het mogelijk om ruimtelijke ontwikkelingen in de nabijheid van een vliegveld of helikopterhaven te toetsen aan de normen van externe veiligheid (voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico). Andersom kunnen ook wijzigingen van luchtvaartterreinen (bijvoorbeeld andere vliegroutes, nieuwe landingsbaan of meer vliegtuigbewegingen) getoetst worden aan inpasbaarheid.
Op dit moment kan binnen Nederland alleen het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR) berekeningen uitvoeren voor vaste vleugelvliegtuigen. Een rekenpakket voor helikopters bestaat nog niet. Enkele jaren geleden is door Peutz een rekenmethode ontwikkeld voor de berekening van externe risico’s voor helikopterhavens in het kader van enkele projecten. Deze methodiek is destijds door het NLR geaccepteerd.
Met GEVERS wordt straks een nieuwe rekenmethodiek beschikbaar gesteld, waarschijnlijk op een vergelijkbare wijze als bij de rekenmethodiek voor inrichtingen met gevaarlijke stoffen, te weten Safeti-NL. Daardoor is het rekenen aan luchtvaartterreinen met GEVERS in de toekomst ook voor Peutz mogelijk. Of de rekenresultaten van GEVERS zullen leiden tot nieuwe saneringssituaties, vereist gepaste aandacht.
Voor meer informatie: m.pikaar@zoetermeer.peutz.nl
Naar de nieuwsbrief |
Op zaterdag 13 juni jl. ontstond een grote brand in de Zeeuwse plaats Sint Maartensdijk bij een pindaverwerkend bedrijf. Op woensdag 17 juni was het nog altijd niet gelukt om het vuur te blussen. De smeulende balen samengeperste pinda's zorgden nog steeds voor rookontwikkeling. Deze voor het bedrijf en haar omgeving te betreuren gebeurtenis is een duidelijk voorbeeld van raakvlakken tussen de vakgebieden brand en milieu waarin Peutz adviseert.
Voor industriegebouwen vindt de beoordeling van de brandveiligheid plaats aan de hand van de ontvluchting vanuit het pand in combinatie met de beheersbaarheid van de brand. Deze aspecten komen voort uit de bouwregelgeving. De brand in de pindafabriek is onder controle en dus beheersbaar gebleken, maar het doven van het vuur neemt veel tijd en mankracht in beslag en het leidt tot een aanzienlijke milieubelasting. Hierdoor gaan bij dergelijke branden ook maatschappelijke en milieutechnische aspecten een rol spelen. De mensen in de omgeving hebben dagen lang last van stank en rook. In welke mate is de nadelige invloed op het milieu ten gevolge van de vrijkomende rookgassen acceptabel? Zijn de bluswatervoorzieningen van de brandweer berekend op dagenlange blusactiviteiten? Wat gebeurt er met de grote hoeveelheden mogelijk verontreinigd afvalwater? Met deze brand wordt het beschouwen van brandveiligheid in een breder perspectief weer onder de aandacht gebracht.
Voor meer informatie: a.keuning@zoetermeer.peutz.nl
Naar de nieuwsbrief |
De privacy welke de klant ervaart bij een gesprek aan een balie van een apotheek kan in belangrijke mate de inhoud en waardering van dat gesprek bepalen. Dr. Mark P. Mobach van de Rijksuniversiteit Groningen, Faculteit Economie en Bedrijfskunde vergeleek de invloed van de ruimtelijke omgeving op klanttevredenheid over en de inhoud van baliegesprekken bij twee apotheken voor en na een verbouwing. Peutz droeg bij aan het onderzoek door het definiëren en vaststellen van de akoestische situaties voor en na de verbouwing. Met de bevindingen van het onderzoek kunnen privacyproblemen in apotheken grotendeels worden aangepakt.
In het artikel van Mobach “Counter Design Influences the Privacy of Patients in Health Care”, Social Science & Medicine, 68(6): 1000-1005 (2009) wordt verslag gedaan van de bevindingen. De redenering in het artikel is eenvoudig en luidt als volgt: omslotenheid aan de balie en een grotere afstand van de balie tot de wachtrij vergroot de tevredenheid over de privacy, maar beïnvloedt niet de gespreksinhoud aan de balie (daarvoor zijn organisatorische kenmerken doorslaggevend). Interessant daarbij is ook dat deze vaststellingen gelden in de situaties waarbij de akoestische privacy slechts in geringe mate verbetert en gesprekken hoorbaar zijn in de wachtrij. Met name de visuele privacy speelt een belangrijke rol. Met het opstellen van een adequaat architectonische ontwerp bij een verbouwing kan de tevredenheid over privacy dus significant worden verbeterd.
Voor meer informatie: p.wapenaar@zoetermeer.peutz.nl
Naar de nieuwsbrief |
Marco van Beek van Peutz heeft de Kees van der Linden Prijs 2007-2008 gewonnen voor het beste studentenartikel. De prijs werd door Kees van der Linden uitgereikt op de 3e Kennisdag Bouwfysica die op 14 mei jl. in Delft werd gehouden.
Het artikel is geplaatst in Bouwfysica 2-2007 en heeft de titel: "Praktijkonderzoek thermisch comfort. Vergelijking van de ATG-methode met de GTO-methode in de praktijk."
Naar de nieuwsbrief |
| |