Wij wensen al onze relaties hele prettige feestdagen en een voorspoedig 2009.
Naar de nieuwsbrief |
Als eerste adviesbureau in Nederland neemt Peutz in januari 2009 een nieuw laboratorium in gebruik waarin de brandwerendheid van constructies kan worden bepaald. In dit ‘Laboratorium voor Brandveiligheid’ bevindt zich een oven met afmetingen van 4 m breed en 3 m hoog, waarmee de brandwerendheid van een wand of deur kan worden bepaald volgens Nederlandse en Europese normen. De oven is kantelbaar waardoor ook de brandwerendheid van een plafond of een hellend of horizontaal glasvlak kan worden onderzocht. Het ‘brandlab’ is een logisch vervolg op de brandwerendheidsproeven die Peutz voor haar relaties al 10 jaar verricht.
Europese normen
Het nieuwe brandlab voldoet aan Nederlandse en Europese normen. Een test met de oven van Peutz is daarmee ook in andere Europese landen bruikbaar.
Voor steeds meer producten en constructies geldt dat een CE-markering verplicht is. Dat geldt indien een geharmoniseerde Europese productnorm beschikbaar is. Dan moet de brandwerendheid volgens een Europese norm zijn bepaald, door een laboratorium met een accreditatie volgens ISO 17025.
Uiteraard wil Peutz haar relaties deze service kunnen bieden. Er wordt dan ook hard gewerkt om deze accreditatie in de loop van 2009 te realiseren, zoals ook het Laboratorium voor Akoestiek deze accreditatie reeds jaren heeft. Belangrijke voorwaarden voor deze accreditatie zijn goed omschreven werk-procedures, betrouwbare meetapparatuur, en (vooral) de gegarandeerde onafhankelijkheid van het laboratorium.
Wanneer meten
Brandproeven worden verricht voor fabrikanten van brandwerende constructies zoals deuren, gevels en scheidingswanden. Het betreft hierbij zowel de beoordeling van nieuwe producten van een fabrikant als speciale projectgebonden onderzoeken. Uiteraard is ook research in het kader van productontwikkeling mogelijk.
Door de huidige aandacht voor brandveiligheid worden steeds vaker constructies uit bestaande gebouwen beproefd, namelijk indien onduidelijk is of de brandwerendheid aan de eisen voldoet. Dit doet zich vaak voor bij brandwerende deuren. Dikwijls wordt er dan voor gekozen de deur te vervangen. Als echter een bepaald deurtype in een gebouw vaker voorkomt en de kwaliteit van de deuren naar het oordeel van de adviseurs van Peutz voldoende lijkt, is het de moeite waard een deur uit het gebouw te beproeven. Als die deur inderdaad aan de eisen voldoet, hoeft er dus maar één deur te worden vervangen (een brandproef is helaas ‘destructief’ van aard). Op deze manier zijn door ons met enkele proeven al honderden deuren bespaard – een proef betaalt zich dan snel terug!
Voor meer informatie: j.mertens@mook.peutz.nl
Naar de nieuwsbrief |
De wijzigingen van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de regeling tot wijziging van de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) treden eind januari 2009 in werking.
De wijzigingen betreffen onder andere het voorschrijven van een risicomethodiek voor een kwantitatieve risicoanalyse (QRA). Daarnaast wordt de te hanteren grenswaarde van 1,5% stikstofpercentage van de totale opslag losgelaten. Dit betekent dat de veiligheidsafstanden uit het Revi ook voor grotere stikstofpercentages van toepassing zijn. Tevens is het Revi nu ook van toepassing op bestaande PGS 15/ CPR 15- opslagen en wordt de ondergrens voor de inhoud van een ammoniakinstallatie voor het van toepassing zijn van het Bevi verhoogd van 400 kg naar 1500 kg.
De wijziging van het Bevi verbetert knelpunten bij de toepassing van het besluit. Door het loslaten van de grenswaarde van gemiddeld 1,5% stikstofgehalte van de totale opslag voor het uitvoeren van een QRA hoeven minder bedrijven met een PGS 15 opslag een QRA uit te voeren. Ook is een nieuwe versie van de handleiding Risicoberekeningen Bevi van toepassing verklaard voor het berekenen van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Indien het toepassen van deze geünificeerde rekenmethodiek tot een knelpunt leidt omdat de plaatsgebonden risicocontouren groter zijn geworden, dient het bevoegd gezag dit knelpunt binnen 5 jaar na het in werking treding van Revi II op te lossen.
Daarnaast brengt de Revi II meer bedrijven onder de werking van het besluit, zoals:
bedrijven met meer dan 1.500 kilo ammoniak in een insluitsysteem (ammoniakkoelinstallaties vallen hier niet onder);
bedrijven met meer dan 150 m3 (zeer) licht ontvlambare vloeistof in een insluitsysteem;
bedrijven met meer dan 13 m3 propaan of acetyleen in een insluitsysteem;
bedrijven met een cyanidehoudend bad met meer dan 100 liter;
bedrijven met meer dan 100 liter (zeer) giftige stof in een insluitsysteem;
bedrijven met in een opslagcompartiment met gasflessen met meer dan 1.500 (zeer) giftige stof in gasflessen;
aardgasreductie- of meetstations met een gastoevoerleiding dikker dan 20 inch (50,8 cm).
Conform de huidige regelgeving dient bij een gemiddeld stikstofpercentage van meer dan 1,5% van de totale opslag een QRA uitgevoerd te worden. Door het vervallen van deze grenswaarde kan in veel gevallen het uitvoeren van een QRA achterwege gelaten worden indien aan de afstanden uit de Revi wordt voldaan. In een nieuwe wijziging van het Revi (Revi III) is het de bedoeling dit stikstofpercentage te verwerken en nieuwe afstanden vast te leggen. Deze nieuwe afstanden zijn conform de concept afstandstabellen gunstiger voor bedrijven.
Ook wordt momenteel gewerkt aan een nieuwe rekenmethodiek voor deze bedrijven.
Revi II bepaalt dat afstandstabellen voor inrichtingen met opslagvoorzieningen voor gevaarlijke stoffen ook voor bestaande situaties gelden. Uiterlijk 1 januari 2010 moeten bedrijven aan de afstanden in de tabellen voldoen.
Voor meer informatie: m.pikaar@zoetermeer.peutz.nl
Naar de nieuwsbrief |
De huidige Wet geluidhinder (Wgh) wordt gewijzigd. Ook het onderdeel industrielawaai - derhalve geluidzonering - van de Wgh komt daarbij aan de orde. Peutz participeert in de desbetreffende werkgroep. Er wordt naar gestreefd knelpunten op te lossen. Een urgent knelpunt is het op slot zitten van vele gezoneerde industrieterreinen, waardoor nieuwe initiatieven van bedrijven vergunningtechnisch geblokkeerd worden. Die blokkade heeft in veel gevallen alleen een formeel en geen milieuhygiënische oorzaak. In een lezing tijdens het congres Geluid Trillingen Luchtkwaliteit is door Peutz ingegaan op verschillende oplossingsrichtingen.
Wezenlijke oplossingsrichtingen zijn onder andere:
toetsing van de gecumuleerde geluidbelasting van bedrijven aan grenswaarden op beoordelingsposities op korte afstand van het industrieterrein en niet op de zonegrens;
de geluidzone wordt een planologisch aandachtsgebied ter toetsing van woningbouwplannen;
tijdelijke overschrijding van grenswaarden moet mogelijk zijn;
zonebeheer "rationaliseren" door de geluidbijdrage van akoestisch niet-relevante bedrijven te verwaarlozen;
"zoneringstechnische" vergunbaarheid van nieuwe initiatieven van bedrijven vergroten.
Voor meer informatie: j.granneman@zoetermeer.peutz.nl
Naar de nieuwsbrief |
Sinds februari 2006 wordt door de Arbeidsinspectie actief gehandhaafd op de naleving van de ARIE-regeling. De ARIE staat voor Aanvullende Risico Inventarisatie- en Evaluatie. Het niet naleven van de ARIE bepalingen is een strafrechtelijk feit.
Vanuit onze betrokkenheid bij de uitvoering van de ARIE-verplichtingen bij diverse bedrijven blijkt dat er verschillen binnen de Arbeidsinspectie zijn bij toetsing. Dit wordt mede ingegeven door het ontbreken van duidelijk regels over de inhoud van de ARIE-plichtige onderdelen.
De ARIE heeft ten doel de risico’s van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen inzichtelijk en beheersbaar te maken. De ARIE-plichtige bedrijven dienen een beleidsdocument, een veiligheidsbeheerssysteem, een bedrijfsnoodplan en scenariobeschrijvingen in huis te hebben.
De beoordeling of een bedrijf ARIE-plichtig is kan soms lastig zijn. Immers, het Arbeidsomstandighedenbesluit geeft grenswaarden aan voor de aanwezigheid van ontplofbare, brandbare en toxische stoffen binnen een bedrijf. Voor bedrijven met sterk wisselende stoffen zijn de maximaal vergunde hoeveelheden uit de milieuvergunning(aanvraag) maatgevend. Maar een milieuvergunning hanteert vaak niet de indeling van stoffen zoals deze bij toetsing aan de grenswaarden wordt genoemd. Bij stuwadoorsbedrijven/ containersoverslagbedrijven en bedrijven die PGS 15 opslag hebben, vindt indeling van gevaarlijke stoffen op basis van ADR-klassen plaats.
De vertaling van de hoeveelheid gevaarlijke stof in ADR-klasse naar de indeling voor toetsing aan de ARIE-grenswaarden kan lastig zijn.
Ook zijn er situaties waarbij door het treffen van beperkte maatregelen, zoals het plaatsen van een brandwerende wand of een extra afsluiter, vermeden kan worden dat de ARIE-plicht van toepassing is.
Uit onderzoek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid blijkt dat de meeste bedrijven zijn gestart met de implementatie van ARIE-regeling en “administratief” vaak gereed zijn (beleidsdocument is opgesteld, risicoanalyse is uitgevoerd, scenario’s zijn uitgewerkt, een plan van aanpak is gemaakt). De invoering van het veiligheidsbeheerssysteem en de doorwerking en bewustwording hiervan in het bedrijf zijn vaak nog niet voldoende. Het optuigen van een veiligheidsbeheerssysteem voor bedrijven, die niet reeds over een kwaliteitszorgsysteem of een veiligheidsbeheerssysteem beschikken, is vaak aanzienlijk.
Voor meer informatie: m.pikaar@zoetermeer.peutz.nl
Naar de nieuwsbrief |
Fluitgeluiden ten gevolge van bouwkundige objecten onder bepaalde meteorologische omstandigheden kunnen tot veel geluidoverlast leiden. Vaak staat dit in relatie tot de toepassing van stalen roosters op bijvoorbeeld gebouwen en viaducten. Door ons bureau zijn veel metingen gedaan, zowel in praktijksituaties als in ons laboratorium.
Om meer structurele kennis te verkrijgen en om in de ontwerpfase te kunnen prognosticeren of en in welke mate een dergelijk fenomeen zal optreden, is onder laboratoriumcondities systematisch onderzoek gedaan. Daarbij zijn de sterkte en de frequenties van deze fluitgeluiden, afhankelijk van de windsnelheid, hoek van inval en roosterconfiguratie, onderzocht. Ook zijn geluidreducerende mogelijkheden beschouwd. De onderzoeksresultaten zijn nationaal en internationaal gepresenteerd.
Voor meer informatie: j.granneman@zoetermeer.peutz.nl
Naar de nieuwsbrief |
In het magazine TVVL vertelt Harry Bruggema, projectleider bouwfysica, adviseur en onderzoeker bij Peutz uitgebreid over de ontwikkelingen in het vakgebied, de organisatie en de TVVL.
Klik hier om het artikel te lezen.
Naar de nieuwsbrief |
In de zomer van 2008 is het Project Aan de Slinger opgeleverd, als onderdeel van het Masterplan voor het centrum van Houten. Het bestaat uit een samenvoeging van het College De Heemlanden en Cultuurcentrum Houten. Peutz maakte onderdeel uit van het ontwerpteam voor ondermeer akoestiek, bouwfysica en brandveiligheid.
Het project is gerealiseerd langs het spoortraject Utrecht - Den Bosch, dat inmiddels is verbreed naar 4 sporen.
Om in de theaterzaal geen geluid- en trillingoverlast van het treinverkeer te hebben, is op advies van Peutz de zaal los van de rest van de constructie opgesteld. Er zijn daartoe trillingdempers aangebracht tussen de funderingsconstructie en de zaalvloer. De rest van de nieuwbouw is constructief onafhankelijk om en over de theaterzaal heen gebouwd. Bijkomend voordeel is dat de theaterzaal daarmee zeer goed contactgeluidisolerend is opgesteld ten opzichte van andere ruimten in het gebouw, zoals de naastgelegen keuken, het voorspeel- en het slagwerklokaal. Daardoor is het gestapelde ontwerp van geluidproducerende functies mogelijk gemaakt.
Andere ruimten zijn ook uitgevoerd als doos-in-doos contructie voor voldoende geluidisolatie, zoals voorspeellokaal, slagwerkruimte, slagwerkruimte/ ensemble ruimte versterkt, ensembleruimte -onversterkt.
Voor meer informatie: m.lautenbach@zoetermeer.peutz.nl
Naar de nieuwsbrief |
Peutz is als akoestisch adviseur betrokken bij de renovatie van De Doelen te Rotterdam.
Voor het ontwerp van de akoestische voorzieningen zijn metingen verricht in
een schaalmodel 1:10, zie foto. Op deze foto is het nieuwe technisch plafond te zien waarin reflecterende panelen opgenomen zijn om de podiumakoestiek te verbeteren.
Voor meer informatie: m.vercammen@mook.peutz.nl
Naar de nieuwsbrief |
|