Mei 2008

Website | Contact | Afmelden

"Peutz Academy"-cursussen

Peutz organiseert in het najaar 2008 diverse cursussen, o.a.:

  • Brandveilig denken
    (Dagcursus op 25 september 2008, Zoetermeer)
  • Installatiegeluid in de utiliteitsbouw
    (Dagcursus op 2 oktober 2008, Zoetermeer)
  • Installatiegeluid in de woningbouw
    (Dagcursus op 30 oktober 2008, Zoetermeer)
  • Geluid in het omgevingsrecht
    (Dagcursus op 25 november 2008, Zoetermeer)
  • PGS 15 Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen
    (Middagcursus op 27 november 2008, Zoetermeer)
  • Bouwakoestiek
    (Middagcursus in januari/februari 2009, Mook)

Zie hier meer informatie over de cursussen of mail naar: info@zoetermeer.peutz.nl

Naar de nieuwsbrief

Nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro)

Op 1 juli 2008 zal de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening naar verwachting in werking treden. Deze vervangt de bestaande WRO, en leidt tot een aantal markante veranderingen.

Met de inwerkingtreding van de nieuwe Wro zal de huidige vrijstellingsprocedure (artikel 19) verdwijnen. Hiervoor komt echter een nieuwe procedure in de plaats, het zogenaamde projectbesluit. De motivering voor een dergelijk besluit zal in grote lijnen overeenkomen met die van de huidige vrijstelling, waardoor ook in de toekomst een goede ruimtelijke onderbouwing noodzakelijk zal zijn voor een bouwplan dat niet binnen het vigerende bestemmingsplan past. Peutz stelt regelmatig dergelijke ruimtelijke onderbouwingen op.

Ook worden bestemmingsplannen verplicht voor het gehele gemeentelijke grondgebied, en moeten binnen een periode van tien jaar, gerekend vanaf de datum van vaststelling van het bestemmingsplan, opnieuw worden vastgesteld. Als sanctie op het niet nakomen van laatstgenoemde termijn verliest de gemeente het recht op leges voor bepaalde verleende diensten. De bestemmingsplanprocedure wordt verkort van ruim een jaar naar ongeveer 26 weken, en er is niet langer sprake van goedkeuring door de provincie.

Voor meer informatie: k.vandernat@zoetermeer.peutz.nl

Naar de nieuwsbrief

Ongerustheid over komst Wabo

De invoeringsdatum van de Wabo, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, ofwel de omgevingsvergunning, schuift op naar 1 januari 2009. De behandeling van de bijbehorende wet- en regelgeving in de Tweede en Eerste Kamer kost meer tijd dan verwacht.

De omgevingsvergunning is één geïntegreerde vergunning voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu, die moet leiden tot:
- minder administratieve lasten voor bedrijven en burgers;
- betere dienstverlening door de overheid aan bedrijven en burgers;
- kortere procedures;
- geen tegenstrijdige voorschriften.

Doordat de invoeringsdatum opschuift, hebben gemeenten en andere overheden meer tijd om zich voor te bereiden op de omgevingsvergunning. Want straks vervangt de omgevingsvergunning verschillende vergunningen voor wonen, ruimte en milieu. De omgevingsvergunning is dan ook onderdeel van de modernisering van de VROM-regelgeving waarmee het aantal wetten en regels flink vermindert.

Verschillende partijen die straks te maken krijgen met de omgevingsvergunning vrezen dat de overheid nog lang niet klaar is voor de komst van deze vergunning. Iedereen is het met de uitgangspunten van de omgevingsvergunning eens. De uitvoering blijkt echter complex te zijn. Een groot deel van de gemeenten hebben op papier de komst van de Wabo grotendeels geregeld, maar geven zelf aan dat ze twijfelen over hoe het in de praktijk zal uitpakken. Dit heeft voornamelijk te maken met feit dat er één loket is om de vergunning aan te vragen, maar vervolgens wel iedere ambtenaar met zijn of haar eigen deel aan de slag zal gaan.

Daarnaast speelt de tijdsdruk een rol. Voor een reguliere omgevingvergunning geldt een termijn van acht weken dat met maximaal 6 weken verlengd kan worden. Deze besluitvormingstermijn is fataal, wat inhoudt dat een termijnoverschrijding leidt tot een vergunning van rechtswege. De omgevingsvergunning wordt in dat geval conform de aanvraag verleend. Deze regeling is bedoeld om besluitvorming door het bevoegd gezag te bevorderen.

Voor complexere projecten, waaraan bijvoorbeeld milieu- of brandveiligheidsaspecten verbonden zijn, geldt dat het bevoegd gezag binnen 6 maanden na ontvangst van de aanvraag een beslissing neemt. Deze termijn kan eenmalig met 6 weken worden verlengd. Bij deze procedure is geen sprake van vergunning van rechtswege. Een samenvatting van de Wabo is te vinden op:
http://omgevingsvergunning.vrom.nl/html/vromomgevingsvergunning/document_download.cfm?doc=EE34B74B-1438-5103-7185B9B7A3D55FCC.PDF&doc_name=Samenvatting Wabo februari 2008

Voor meer informatie: r.jansen@zoetermeer.peutz.nl

Naar de nieuwsbrief

Nieuwe praktijkrichtlijn voor beglazen: NPR 3577

In januari 2008 is de herziene versie van de Nederlandse praktijkrichtlijn NPR 3577 (uit 1988) uitgegeven. De veranderingen in de eisen aan glas, de ontwikkeling van nieuwe materialen en beglazingssystemen plus ervaringen uit de praktijk hebben geleid tot deze herziening. Bij het totstandkomen van deze NPR 3577 is intensief overleg gevoerd met de timmer-, de glas- en de kitindustrie, fabrikanten van metalen en kunststof kozijnen, en glaszetters. Köhler Peutz heeft als onafhankelijk adviseur meegewerkt aan de totstandkoming van deze NPR.

Deze Nederlandse praktijkrichtlijn geeft aanwijzingen voor de wijze waarop voor de beglazing van kozijnen, ramen en deuren in buitengevels kan worden voldaan aan de eisen in NEN 3576 “Beglazen van kozijnen, ramen en deuren – Functionele eisen”. Belangrijke wijzigingen in de NPR zijn onder andere dat de omtrekspeling (de ruimte tussen de ruitrand en de sponningbodem) minimaal 5 mm dient te bedragen. In de oude NPR staat een minimale omtrekspeling van 3 mm. Eveneens worden ventilerende houten glaslatten en ventilerende aluminium glaslatten (zogenaamde stoeltjesprofielen) niet meer toegestaan. Bij het beglazen van buitenaf mag als glaslat op de liggende delen (onder-, tussendorpels e.d.) uitsluitend nog gewerkt worden met een zogenaamde neuslat. De neuslat bevordert de ventilatie van de sponning en is eenvoudiger in onderhoud. Mede in verband met de trend naar beglazen van binnenuit (met glaslatten aan de binnenzijde) wordt in de herziene NPR veel aandacht besteed aan deze vorm van beglazen. Hierbij is het mogelijk dat contact ontstaat tussen de kit van de randafdichting van het isolerend dubbelglas en de kit die wordt gebruikt bij het beglazen. De duurzaamheid en de verdraagzaamheid van de verschillende materialen ten opzichte van elkaar zijn aandachtspunten. Ventilatieroosters moeten in één beglazingsgang met het glas worden aangebracht en worden afgedicht met band en kit.

Er is overwogen om de NPR de status van “norm” te geven, omdat zij dan bij aanwijzing dwingend moet worden toegepast en de tekst minder vrijblijvend is. Echter, voorlopig is ervoor gekozen om de status van “praktijkrichtlijn” te handhaven omdat een NPR vooral een praktisch document is. Er zijn andere methoden van beglazen denkbaar, maar met een goede toepassing van deze NPR wordt in ieder geval voldaan aan de eisen uit NEN 3576 en dat hoeft dan niet extra te worden aangetoond. Het document vormt vaak wel de basis van de garantie op het isolerend dubbelglas. Het gebruik wordt dan op die wijze ook afgedwongen.

Voor meer informatie: c.isselmann@gevel.com

Naar de nieuwsbrief

Ventilatiegeluid in basisscholen: eindelijk geregeld?

Het kabinet gaat zich samen met schoolbesturen en gemeenten inzetten voor een beter binnenmilieu in basisscholen. In dat kader moet een maximaal geluidniveau in het klaslokaal ten gevolge van ventilatievoorzieningen in het klaslokaal in het Bouwbesluit worden opgenomen.

De doelstelling voor het ventilatiegeluid is:
- Binnen een periode van 15 jaar is het achtergrondgeluid in elk klaslokaal niet hoger dan 35 dB(A), noch als gevolg van buitengeluid noch als gevolg van het mechanische ventilatiesysteem.

Vanuit de TVVL (Nederlandse technische vereniging voor installaties in gebouwen, www.tvvl.nl), het kenniscentrum van de brancheorganisatie voor installatiebedrijven, is door de werkgroep “kwaliteitsverbetering binnenmilieu in basisscholen” een voorstudie gemaakt naar de installatietechnische oplossingen voor een gezonde, prestatiebevorderende basisschool. In de betreffende rapportage worden vervolgens verschillende toepasbare installatieconcepten omschreven. Zowel natuurlijke ventilatie als mechanische ventilatie varianten (centrale en decentrale systemen) worden hierin genoemd, waarmee volgens de werkgroep tevens aan de geluiddoelstelling van het kabinet kan worden voldaan. Door de ISSO (Instituut voor Studie en Stimulering van Onderzoek op het gebied van gebouwinstallaties, www.isso.nl) wordt, voortbouwend op de voorstudie van TVVL, een technische publicatie uitgebracht. Deze publicatie zal medio 2008 beschikbaar zijn. Op onderstaande webpagina’s is meer informatie te vinden over het onderwerp ventilatie op scholen.
www.frissescholen.nl; www.gezondegebouwen.nl; www.minocw.nl; www.senternovem.nl

Peutz heeft met geluid ten gevolge van schoolventilatiesystemen de nodige ervaring opgedaan. Met name in projecten met decentrale ventilatiesystemen zijn in klaslokalen geluidniveaus van 45 tot 50 dB(A) gemeten. Ook uit laboratoriummetingen aan decentrale mechanische ventilatie-units voor schoollokalen blijkt dat met dergelijke ventilatiesystemen niet kan worden voldaan aan de eis van 35 dB(A). Voor een goede CO2-huishouding per lokaal is namelijk een relatief grote hoeveelheid ventilatielucht vereist (voor een lokaal met 24 leerlingen is een ventilatiedebiet van 600 tot circa 800 m3/h nodig), en meer luchtverplaatsing betekent in het algemeen ook meer geluid. Om in de praktijk aan de geluideis te kunnen voldoen zijn bij dergelijke systemen zeer ingrijpende bouwkundige en installatietechnische maatregelen benodigd, waarop in het ontwerpstadium meestal niet wordt gerekend. Peutz heeft diverse schoolprojecten begeleid en geadviseerd en weet met welke systemen/voorzieningen aan de eis van 35 dB(A) kan worden voldaan.

Voor meer informatie: j.buijs@zoetermeer.peutz.nl

Naar de nieuwsbrief

Pathé bioscoop Spuimarkt

Op woensdag 16 april is Pathé Spuimarkt geopend. De negen bioscoopzalen met in totaal 2400 stoelen zijn opgenomen in een nieuw complex, ontworpen door Bolles en Wilson op de hoek van het Spui en de Grote Marktstraat in het centrum van Den Haag. Peutz is adviseur bouwfysica en brandveiligheid van het complex. In het complex zijn ook winkels, restaurants en een fitnesscentrum gehuisvest.

Gezien de grote bezoekersaantallen in het hoge gebouw is veel aandacht gegeven aan veilige ontvluchtingsmogelijkheden.

De inpassing tijdens de bouw van het fitnesscentrum inclusief zwembad op de bovenste etage noodzaakte tot creatieve oplossingen. Om alle mogelijkheden voor de exploitatie open te houden, zonder geluidhinder op de eronder gelegen etages, is het zwembad trillinggeïsoleerd in de staalconstructie gehangen. Ook is veel aandacht gegeven aan het vermijden van verspreiding van vochtige zwembadlucht in de bouwkundige constructie. Daarnaast is de vloer van de aerobics trillinggeïsoleerd opgelegd.

Voor een toereikende geluidisolatie van de bioscoopzalen is veel aandacht gegeven aan de opbouw van de vloeren en wanden, en het voorkomen van geluidoverdracht via het ventilatiesysteem. Zo is een systeem ontwikkeld waarbij de vloeren van de bioscoopzalen met rubber trillingisolatoren gescheiden zijn gehouden maar toch voldoende stabiliteit geven voor de windbelasting. De lichte scheidingswandconstructie tussen de zalen is allereerst in ons laboratorium getest. Deze wand is om de stalen draagconstructie van het gebouw heen gebouwd om ook de stalen hoofddraagconstructie van het gebouw voldoende brandwerend te beschermen.

Voor meer informatie: p.heringa@zoetermeer.peutz.nl

Naar de nieuwsbrief

Nieuw Conservatorium van Amsterdam

De afgelopen weken is het Conservatorium van Amsterdam van de Van Baerlestraat verhuisd naar de nieuwbouw op het Oosterdokseiland. Deze verhuizing heeft al veel aandacht gekregen in de pers. Peutz heeft de akoestiek en de brandveiligheid van dit project geadviseerd. Het conservatorium omvat 13 bouwlagen en een spelend hart met 5 zalen.

Ons bureau werd als akoestisch adviseur samen met Rienks Bouwmanagement al heel vroeg betrokken bij de nieuwbouw van het Conservatorium. Keuzes over zaaltypes, afmetingen en positionering, en de gewenste volumes en verhoudingen van de les- en studieruimtes kwamen daarbij in een intensief overleg met verschillende groepen gebruikers aan de orde. Al gauw werd het idee van een spelend hart met ruimtes met verschillende akoestiek geboren. Ervaring met andere zalen leidde tot nadere eisen. Het gebouw moest, gezien de benodigde ruimtes, hoog zijn. Op basis van vormstudies heeft de architect deze ruimtes in nauw overleg met de akoestisch adviseur in een daadwerkelijk gebouw ingepast.

Het spelend hart
Het spelend hart omvat een grote zaal met een podium dat de ruimte biedt voor een volledig (symfonie)orkest. Het realiseerbare volume van 6000 m3 past bij dat van een goede repetitiezaal of een grote kamermuziekzaal. De grote zaal is met behulp van gordijnen ook aanpasbaar voor moderne muziekuitvoeringen. Bij alle zalen is geprobeerd de voor de akoestiek benodigde structuur op zijwanden en plafond te combineren met andere functies. Zo geven de zijbalkons en de technische balkons van de grote zaal de gewenste zijdelingse reflecties die zo belangrijk zijn voor een volle klank. De stoelen in de zaal zijn zo ontworpen, met metingen in het akoestisch lab, dat de akoestiek van de zaal zo min mogelijk verandert door het publiek. De zaal is daarmee ook goed bruikbaar in een onbezette of half bezette situatie.
De kleine zaal van circa 2100 m3 biedt de ruimte voor jazz en pop, maar ook voor modern klassiek. De zaal heeft een drogere akoestiek dan de grote zaal. Ook voorziet het spelend hart in een recitalzaal van circa 1200 m3, die ook zonder publiek gebruik moet kunnen worden. Het muziektheater kent een aanpasbare akoestiek voor diverse activiteiten met behulp van gordijnen. Daarnaast is voorzien in een ensembleruimte en een opnamestudio.

Les- en oefenruimtes
De docenten en studenten van het conservatorium zijn aan de Van Baerlestraat ruime leskamers gewend met een goede geluidisolatie. De wensen van de musici zijn vertaald naar een lijst van meer dan 100 ruimtes met de gewenste afmetingen en verhoudingen. Voor de geluidisolatie is bij de nieuwbouw uitgegaan van (semi) doos-in-doosconstructies. Hiervoor zijn drie klassen, afhankelijk van het geluidniveau van de instrumenten, geïntroduceerd. Naar het Japanse Engawa-model is de gang om de les- en oefenruimtes heen gevouwen. De locatie bevindt zich vlakbij het luidruchtige Centraal Station van Amsterdam en de gang dient zo als geluidbuffer.
De les- en oefenruimtes zijn ingericht met absorberende kussens om voor elke instrumentgroep de gewenste akoestiek te realiseren. Uitgebreid onderzoek heeft inzicht gegeven in de daadwerkelijk gewenste akoestiek. Twee testruimtes zijn gebouwd in het huidige conservatorium om met docenten en studenten te zoeken naar de ideale akoestiek voor hun instrument. De gewenste nagalmtijden zijn door de architect in het uiteindelijk ontwerp vertaald naar verschillende kleuren textiel voor de absorberende kussens. Ook is de akoestische wens om wanden niet evenwijdig te plaatsen verwerkt in het architectonisch ontwerp. Op deze manier is een interessante synergie tussen akoestiek en architectuur ontstaan.

Voor meer informatie: p.heringa@zoetermeer.peutz.nl

Naar de nieuwsbrief

Website | Contact | Afmelden