Oktober 2007

Index | Website | Contact | Afmelden

"Gebruiksbesluit" als vervanging van gebruiksvergunning

Het concept- "Besluit brandveilig gebruik bouwwerken" - kortweg Gebruiksbesluit - is recent door de Minister naar de Tweede Kamer gestuurd. Het Gebruiksbesluit bevat landelijk geldende regels voor het brandveilig gebruik van gebouwen. De opgenomen brandveiligheidseisen zijn daarmee voor alle gemeenten gelijk, waardoor de huidige verschillen tussen plaatselijke bouwverordeningen worden opgeheven. Dit biedt procedureel belangrijke voordelen voor veel bedrijven.

Door het Gebruiksbesluit komen voor 80 procent van de gevallen algemene regels voor bouwwerken in combinatie met een meldingsplicht in de plaats van de huidige gebruiksvergunning. Tenminste vier weken voor het gebruik van het gebouw moet een melding worden ingediend. Daarna kunnen gemeente of brandweer controleren of aan de brandveiligheidseisen wordt voldaan. Deze gewijzigde aanpak is procedureel in tijd en inspanning gunstig voor bedrijven. Uitgangspunt is dat op de brandveiligheid niet wordt ingeleverd, omdat men nog altijd aan de regels moet voldoen. Een gebruiksvergunning is alleen nog vereist voor de meest risicovolle vormen van gebruik, bijvoorbeeld kinderdagverblijven voor meer dan tien kinderen, basisscholen alsmede hotels en tehuizen met meer dan 10 bedden.
Het Gebruiksbesluit bevat dezelfde brandveiligheidsregels als de Modelbouwverordening van de VNG. Er zijn echter enige uitzonderingen. De controlefrequentie van (aanvullende) mobiele brandblusapparaten is bijvoorbeeld verlengd naar eens per twee jaar. Ook zijn er uniforme regels voor de opslag van niet-milieugevaarlijke brandbare stoffen, zoals hout, opgenomen.
De bedoeling is de procedure voor de gebruiksvergunning en gebruiksmelding op enig moment te integreren in de procedure voor de omgevingsvergunning.
Verwacht wordt dat het Gebruiksbesluit medio 2008 in werking treedt. Tot die tijd dienen bedrijven, waarvoor dat geldt, adequate gebruiksvergunningen te bezitten en dus zonodig aan te vragen. Het verdient in bepaalde gevallen evenwel aanbeveling met het bevoegd gezag te overleggen of niet geanticipeerd zou mogen worden op het komende Gebruiksbesluit en vergunningaanvragen op te schorten. Zie ook.

Voor meer informatie: a.keuning@zoetermeer.peutz.nl

Naar de nieuwsbrief

Aanpassing BEVI en REVI

VROM is voornemens het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI) per 1 januari 2009 aan te passen. De bijbehorende regeling REVI zal ook worden aangepast. De ondergrens van ammoniak in koelinstallaties wordt verhoogd en de aan te houden veiligheidsafstanden voor bedrijven die verpakte gevaarlijke stoffen opslaan worden versoepeld. Deze wijziging is wezenlijk voor het wel of niet vallen onder het Activiteitenbesluit.

Het huidige BEVI spreekt van een ondergrens van 400 kg ammoniak in een koel- of vriesinstallatie. In het aangepaste BEVI zal deze ondergrens verhoogd worden naar een inhoud per installatie van 1500 kg ammoniak. Deze aangepaste ondergrens zal dan in lijn zijn met de ondergrens als genoemd in het Activiteitenbesluit. Het Activiteitenbesluit zal echter eerder van kracht zijn (vooralsnog per 1 januari 2008) dan het aangepaste BEVI, waardoor sommige bedrijven door de ammoniakkoelinstallatie milieuvergunningplichtig blijft, terwijl het Activiteitenbesluit op alle andere punten de inrichting meldingsplichtig maakt. Om een onnodige inspanningsverplichting te vermijden voor het opstellen van een milieuvergunningaanvraag heeft VROM in een overleg met VNO-NCW aangegeven hiertoe een gedoogbeleid te zullen toestaan.
Een andere aanpassing van het REVI betreft de veiligheidsafstanden voor CPR 15- of PGS 15-bedrijven die verpakte gevaarlijke stoffen opslaan. Door aanpassing van de uitgangspunten voor de berekening van de veiligheidsafstanden is een (behoorlijke) versoepeling mogelijk (met name het hanteren van kleinere veiligheidsafstanden). Voor een aantal bedrijven zal de aanpassing tevens betekenen dat de arbeidsintensieve inventarisatie van het stikstofgehalte in de producten niet meer hoeft plaats te vinden.

Voor meer informatie: m.pikaar@zoetermeer.peutz.nl

Naar de nieuwsbrief

Invoering nieuwe Wet omgevingsrecht vertraagd

De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) zal pas op 1 januari 2009 in werking reden. De reden daarvoor is onder andere dat de parlementaire behandeling veel tijd vergt.

De Wabo zou op 1 januari 2008 in werking treden. Half juli liet de minister van VROM weten dat het niet wordt gehaald. Als redenen daarvoor noemt zij:

  • de parlementaire behandeling;
  • in de invoeringswet moeten ongeveer veertig wetten worden gewijzigd, waarbij ook het overgangsrecht met betrekking tot de Wabo wordt geregeld;
  • de betrokken overheden en vergunningaanvragers hebben tijd nodig voor de implementatie, wat ook geldt voor het aanpassen van de ict-voorzieningen.
Voor meer informatie: r.jansen@zoetermeer.peutz.nl

Naar de nieuwsbrief

Harde afwerking vraagt verende vloer

Sinds de aanscherping van de contactgeluidisolatie-eis moet bij appartementen de keus gemaakt worden voor een zware massieve vloer of een iets minder zware vloer voorzien van een verende dekvloer. Op 13 november organiseert de Stichting Bouwresearch een bijeenkomst over de mogelijkheden van zwevende dekvloeren. Martijn Vercammen van Peutz zal ingaan op de akoestische mogelijkheden van verende vloeren.

Bij massieve vloeren van 800 kg/m² wordt weliswaar een verbetering gerealiseerd maar niet de voor een goed comfort benodigde Ico=+10 dB. Bovendien blijkt dat ook bij Ico=+10 dB vaak nog klachten optreden. Om een harde vloerafwerking bij massieve vloeren te kunnen toepassen zal dus altijd nog deze afwerking op een flexibele onderlaag aangebracht moeten worden. Bij toepassing van een verende vloer kan de harde afwerking direct op de deze vloer worden aangebracht. Hiermee kan dan een contactgeluidisolatie gerealiseerd worden die significant beter is dan met een massieve vloer en verende vloerafwerking.
Belangrijk is de uitvoering van de verende vloer. Dit kan niet genoeg benadrukt worden. Ontwerper, bouwer en gebruiker dienen zeer goed de werking van een dergelijke vloer te kennen om geen fouten te maken die de akoestische verbetering teniet doen.

Meer informatie: www.sbr.nl

E-mail: m.vercammen@mook.peutz.nl

Naar de nieuwsbrief

"Peutz Academy"-cursussen

De Peutz Academy organiseert op 20 november 2007 de cursus 'Geluid in het omgevingsrecht' en op 22 november 2007 de cursus 'PGS 15 opslag verpakte gevaarlijke stoffen'.

De cursus Geluid in het omgevingsrecht behandelt de juridische aspecten van geluid in het kader van milieu en ruimtelijke ordening. Een vergelijkbare cursus is eerder voor diverse groepen juristen gegeven en wordt vanwege de goede reactie, in geactualiseerde vorm, opnieuw aangeboden.

De cursus PGS 15 is gericht op de praktische toepassing van opslag van verpakte gevaarlijke stoffen, alsmede laad- en losplaatsen, etikettering en veiligheidsmaatregelen, en welke voorzieningen getroffen kunnen worden.

U kunt zich aanmelden voor een cursus via het aanmeldformulier.

Voor meer informatie: info@zoetermeer.peutz.nl

Naar de nieuwsbrief

Registratie van fijn stof bij bedrijven

Peutz beschikt over de kennis en de instrumenten om metingen aan fijn stof in het veld uit te voeren voor gekanaliseerde en diffuse emissies en daaruit bronsterkten te bepalen (massa per tijdeenheid). Op basis hiervan zijn bedrijven in staat, gebruik makend van de bijbehorende bedrijfsparameters (doorzet, terreinoppervlakte), een jaarlijkse emissie-registratie van fijn stof (PM10) uit te voeren.

Bij bedrijven met stoffige processen vindt het meten van stof dat via kanalen (uitlaten) vrijkomt regelmatig plaats ter controle van emissie-eisen. Voor de invloed van stof op de luchtkwaliteit is echter slechts een deel van het totaal aan stof, het zogenaamde fijn stof PM10 (deeltjesgrootte 10 µm en kleiner) relevant.
De druk van de overheid op de bedrijven wordt groter om tevens informatie te verschaffen over deze PM10 uitstoot. Hierbij gaat het niet alleen om de gekanaliseerde emissie maar tevens om de emissie die bij verwaaiing vrijkomt (bij de op- en overslag van stoffige producten).
Voor deze diffuse emissie gelden geen emissie-eisen; voor het vaststellen daarvan was voor de afzonderlijke bedrijven dan ook geen reden. PM10 metingen zijn bovendien in de regel complexer qua uitvoering. De wens van de overheid is thans om op landelijk (en afgeleid: provinciaal) niveau te zoeken naar een reductiepotentieel voor industriële emissie van fijn stof. Dit zou mogelijk een bijdrage kunnen leveren aan de verbetering van de luchtkwaliteit in meer algemene zin.
Om de gekanaliseerde emissie vast te stellen kan soms nog volstaan worden met het eenmalig bepalen van het percentage PM10 binnen het totaal aan stofemissie ter hoogte van een uitstroomopening. Daarentegen is niet zinvol om het totaal aan diffuus, door verwaaiing vrijgekomen, stof proberen te meten. Alleen al omdat de verhouding PM10/totaal stof in hoge mate afhangt van de meet- en meteo-omstandigheden is dit geen goede benadering.
Peutz verricht fijn stof metingen voor bedrijven om de emissie van fijn stof (gekanaliseerd en diffuus) in beeld te brengen. Door het vaststellen van de relatie tussen deze emissie en de relevante bedrijfsparameters (doorzet, terreinoppervlakte) kunnen emissiefactoren worden ontwikkeld waarmee een bedrijf haar emissie op jaarbasis kan bepalen. Het vaststellen van emissiefactoren op basis van metingen laten hierbij lagere emissiewaarden zien dan in geval van een (minder nauwkeurige) kental-benadering op basis van literatuurgegevens (zie tevens Peutz Actueel van maart 2007).

Voor meer informatie: h.dierx@zoetermeer.peutz.nl

Naar de nieuwsbrief

Nieuwe meetmethode voor geluiduitstraling grote ketels

Teneinde beter inzicht te verkrijgen in de optredende geluidniveaus in nieuwe industriële ketels zouden middels geluidmetingen aan vergelijkbare installaties binnenniveaus kunnen worden vastgesteld. Geluidmetingen in een in gebruik zijnde ketel is echter niet mogelijk vanwege de relatief hoge temperatuur en stroomsnelheid van het medium in conventionele ketels. Door Peutz is een nieuwe methode geverifieerd teneinde toch deze geluidniveaus te kunnen vaststellen.

Het ontwerp van een ketel met een dubbelwandige opbouw als uitwendige scheidingsconstructie wordt veelal gebaseerd op de geprognosticeerde binnengeluidniveaus en geluideisen inzake arbeidsomstandigheden (geluid op de arbeidsplaats) of geluidgrenswaarden uit een milieuvergunning. Het te verwachten geluidniveau wordt veelal gebaseerd op aangeleverde geluidgegevens (bijvoorbeeld het geluidvermogen van een aangesloten gasturbine bij afgasketels). Om te waarborgen dat aan de gestelde geluideisen wordt voldaan, worden de wanden van de ketel vaak overgedimensioneerd. Dit leidt tot een onnodig hoge geluidisolatie en aldus onnodig zware constructies met bijbehorende financiële consequenties.

Thans is een nieuwe meetmethode ontwikkeld welke in tegenstelling tot de conventionele (directe) meetmethode de optredende geluidniveaus in ketelinstallaties kan meten onder de 'extreme omstandigheden' die binnen de ketel optreden (relatief hoge temperatuur en stroomsnelheid van het medium). Deze nieuwe meetmethode maakt gebruik van een externe sonde welke via een flens in de ketel wordt ingebracht (indirecte meetmethode). De meetmicrofoon is aangesloten op de sonde op zodanige wijze dat de optredende geluidniveaus kunnen worden vastgesteld bij zeer hoge temperaturen (tot circa 700 °C).

Met behulp van een schaalmodel van een bestaande gasturbine-ketelinstallatie is de geluidoverdracht tussen ketel en de sonde vastgesteld. Hierbij zijn geluidmetingen verricht in zowel een statische situatie (exclusief luchtstroming binnen het schaalmodel) als een dynamische situatie (inclusief luchtstroming binnen het schaalmodel). Uit de resultaten van dat onderzoek blijkt dat de gemeten geluidniveaus verdeeld over het schaalmodel een constante overdracht met de sonde vertonen en de spreiding van de gemeten geluidniveaus binnen een theoretisch vastgestelde nauwkeurigheid van circa 2 dB liggen. De nieuwe meetmethode is aldus een geschikt om in de praktijk, bij situaties waar de conventionele methode niet toepasbaar is, de optredende geluidniveaus binnen een ketelinstallatie voldoende betrouwbaar te kunnen vaststellen.

Voor meer informatie: t.vandiepen@zoetermeer.peutz.nl

Naar de nieuwsbrief

Congresbijdragen

Peutz-medewerkers hebben lezingen gegeven op diverse internationale congressen.

De samenvattingen zijn:

International Congress on Acoustics (ICA) in Madrid: International Symposium on Room Acoustics (ISRA) in Sevilla:

Internoise 2007 in Istanbul

Naar de nieuwsbrief


Index | Website | Contact | Afmelden