Mei 2006

Index | Website | Contact | Afmelden

Aangescherpte EPC-eis voor woningen: lastig maar oplosbaar

Woonwijk in aanbouw Het is bouwend Nederland niet ontgaan dat in de laatste dagen van 2005 door het kabinet is besloten de EPC (energieprestatiecoëfficiënt) voor woningen per 1 januari 2006 te verlagen van 1,0 naar 0,8. Daarnaast is op deze datum de vernieuwde en meer uitgebreide rekenmethode voor zowel woningen als utiliteitsgebouwen van kracht. Veel wijzigingen dus ten aanzien van de energiebeheersing van nieuwbouw. Sinds deze aanscherping zijn er diverse berichten in de pers verschenen over het (vermeende) grote probleem om voor nieuwe woningen aan de strenge EPC-eis te voldoen.

In combinatie met de recente negatieve publiciteit rondom gebalanceerde ventilatiesystemen in woningen, lijdt dit zelfs tot lichte paniekreacties bij architecten, ontwikkelaars, adviseurs en gemeenten. De gemeente Amsterdam heeft zelfs al aangegeven de EPC-berekening, als onderdeel van de aanvraag bouwvergunning, niet meer te controleren.

Zijn deze reacties terecht? Enerzijds was bekend dat de aanscherping van de EPC vroeg of laat zou worden doorgevoerd. Ook de nieuwe rekenmethode is al geruime tijd voorhanden. Een goed verstaander kon de consequenties van de wijzigingen dus al tijdig inschatten. Niet voor niets zijn veel aanvragen bouwvergunning nog in december 2005 ingediend.
Anderzijds leidt de combinatie van de nieuwe rekenmethode én de verlaging van de EPC-eis tot een in de praktijk effectieve aanscherping van circa 25% ten opzichte van de situatie van vóór 1 januari 2006. Procentueel is dat de grootste aanscherping van de EPC sinds de invoering hiervan in december 1995. Het voldoen aan deze eis is voor veel nieuw te bouwen woningen daardoor lastiger dan ooit.

Lastig maar niet onoplosbaar. Er bestaan verschillende energieconcepten waarmee aan de EPC-eis kan worden voldaan, zonder toepassing van balansventilatie. Denk hierbij bijvoorbeeld aan zelfregelende ventilatieroosters, CV-combiketels met hoog tapwaterrendement en gereduceerde hulpenergie, warmteterugwinning van douchewater, warmtepompboilers en warmtepompen voor zowel verwarming, tapwater en koeling. Het is hierbij essentieel om systemen toe te passen waarvan middels een gelijkwaardigheids- of kwaliteitsverklaring is vastgesteld dat deze beter zijn dan de forfaitaire waarde uit de EPC-berekeningen. Met deze concepten kunnen energiezuinige woningen worden gerealiseerd met een goed binnenmilieu en hoog comfort tegen lagere kosten.

Het is overigens wel van belang dat het energieconcept tijdig in het ontwerpproces wordt meegenomen zodat de architect het kan integreren in het woningontwerp. Het bepalen van een indicatieve EPC-berekening in een vroeg stadium van het ontwerpproces werpt zijn vruchten af in de latere fasen van het project. Hiermee wordt bijvoorbeeld voorkomen dat men voor onaangename verrassingen komt te staan op het moment dat de aanvraag bouwvergunning moet worden opgesteld. Bij het tijdig vaststellen van het energieconcept blijft het behalen van de EPC-eis voor woningen lastig, maar wel oplosbaar.

Naar de nieuwsbrief

Safeti-NL: unificatie rekenmodellen voor kwantitatieve risico-analyses (QRA’s)

Risicocontouren Voor het uitvoeren van een QRA, welke in het kader van het BEVI wordt voorgeschreven, heeft men tot nu toe keuze uit diverse rekenpakketten. Deze pakketten kunnen leiden tot behoorlijk afwijkende resultaten. Mede oorzaak hiervan is de gebruikte expert judgement bij de invoer. VROM heeft derhalve besloten tot unificatie van het rekenpakket over te gaan.

Een kwantitatieve risico-analyse (QRA) is de meest gebruikte methode om de kans op en de effecten van incidenten te bepalen bij het gebruiken, bewerken, vervoeren en opslaan van gevaarlijke stoffen. Belangrijkste output van een QRA zijn de plaatsgebonden risicocontouren en het groepsrisico. De berekende risico’s worden getoetst aan het in oktober 2004 van kracht geworden ‘Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen’ (BEVI). Begin 2006 is het aan de Nederlandse markt aangepaste rekenpakket Safeti-NL door VROM aangewezen als het pakket voor het uitvoeren van QRA’s in het kader van het BEVI in Nederland.

Richtlijnen en uitgangspunten voor het uitvoeren van een QRA staan beschreven in PGS 3. Momenteel wordt deze publicatie aangepast aan Safeti-NL. Deze publicatie is in concept te downloaden.

Vooralsnog wordt Safeti-NL ingezet voor een periode van 5 jaar. Safeti-NL is inmiddels beschikbaar; naar verwachting wordt het gebruik van het model in de loop van 2006 vastgelegd in een aangepaste ‘Regeling Externe Veiligheid Inrichtingen’ (REVI).

Te verwachten is dat door de unificatie van het rekenpakket Safeti-NL de uitkomsten van een QRA minder afhankelijk zijn van de uitvoerder en diens uitgangspunten en aannames. Indien in het verleden de activiteiten van een bedrijf zijn doorgerekend met een ander rekenpakket kan dit leiden tot afwijkende rekenresultaten. Veelal zal dit aanleiding kunnen zijn voor een zogenaamde referentieberekening (i.e. de vergunde situatie), uit te voeren met Safeti-NL.

Naar de nieuwsbrief

Activiteiten-AMvB

Bedrijfsterrein met diverse AMvB-inrichtingen De ontwikkeling van de Activiteiten-AMvB - als vervanger van de meeste bestaande AMvB’s ex artikel 8.40 Wet milieubeheer - vordert gestaag. Binnenkort wordt de ontwerp-AMvB in de Staatscourant voorgepubliceerd. De AMvB, die vanaf 2007 gaat gelden, kent vier soorten inrichtingen.

Deze zijn:

  1. AMvB-inrichtingen die moeten melden (type A): Dit zijn de gebruikelijke AMvB-bedrijven met milieurelevante activiteiten waarvoor alle onderdelen van de nieuwe AMvB gelden.
  2. AMvB-inrichtingen die niet hoeven te melden (licht regime, type B): Dit betreft bijvoorbeeld kantoorgebouwen, bepaalde schooltypes, parkeergarages, riool- en poldergemalen en dergelijke. Dit zijn in het algemeen inrichtingen die voor het milieu minder relevant zijn en waarvoor slechts een beperkt aantal voorschriften geldt.
  3. Vergunningplichtige inrichtingen (type C): Deze zijn als geheel vergunningplichtig. Voor activiteiten waarvoor de AMvB voorschriften kent, zullen per 2010 laatstgenoemde voorschriften gelden naast de vergunningvoorschriften, wellicht voor een nader vast te stellen (beperkt) aantal activiteiten.
  4. IPPC-inrichtingen: Voor deze inrichtingen blijft de vergunningplicht gehandhaafd. Zie inzake IPPC ook de Peutz Actueel van maart 2006.

Naar de nieuwsbrief

Informatiemiddag “Windhinder”

Macquette Montevideo Rotterdam NEN 8100 “Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving” en de NPR 6097 “Toepassing van de statistiek van de uurgemiddelde windsnelheden voor Nederland” zijn in maart 2006 verschenen. Naar aanleiding daarvan organiseert NEN in samenwerking met de Stuurgroep “Windtechnologie” van KIVI-NIRIA op donderdag 8 juni 2006 een informatiemiddag. Daarin worden de diverse aspecten van zowel de norm als de praktijkrichtlijn nader belicht.

NEN 8100 geeft kwaliteitsniveaus en bepalingsmethoden voor de toetsing van het lokale windklimaat in de gebouwde omgeving op loop- of verblijfsniveau voor voetgangers. NPR 6097 is een aanvulling op NEN 8100 en geeft voor een willekeurige locatie in Nederland de windstatistiek.

Vanwege de schaarse ruimte wordt steeds meer gekozen voor hoogbouwprojecten. De ontwikkelingen in de grote steden zijn hiervan voorbeelden. Hoogbouwprojecten beïnvloeden het bestaande buitenklimaat. Hierbij moet vooral worden gedacht aan hoge windsnelheden en sterke windvlagen op het loopniveau. Die hoge windsnelheden kunnen hinderlijk of zelfs gevaarlijk zijn. Windhinder kan echter ook ontstaan bij laagbouw door ongunstig ten opzichte van elkaar geprojecteerde gebouwen. Voorbeelden hiervan zijn sommige winkelcentra; juist daar is het winkelend publiek gediend met een goed comfort in de winkelstraten, zonder hinderlijke windsnelheden.

NEN 8100 geeft een handreiking voor de aanpak van deze problematiek, toe te passen bij bouwplannen. De norm geeft aan bij welke hoogten van een gebouw aandacht aan het windklimaat gegeven moet worden. Er worden vijf kwaliteitsniveaus onderscheiden, waarmee gemeenten en ontwikkelaars van gebouwen mogelijkheden hebben om van te voren het beoogde kwaliteitsniveau - in een stedenbouwkundig plan - te omschrijven.

Bij de ontwikkeling van NEN 8100 - waar Peutz bij betrokken is geweest, zie ook Peutz Actueel november 2005 - is geïnventariseerd en bediscussieerd aan welke kwantitatieve eisen de lokale uurgemiddelde windsnelheid ter plaatse van een bouwlocatie moet voldoen. Deze eisen zijn in de norm weergegeven als waarden voor de kans dat de lokale uurgemiddelde windsnelheid de drempelsnelheid van 5 m/s kan overschrijden. Daarnaast dient voor een goede beoordeling van het lokale windklimaat uitgegaan te worden van de windstatistiek voor die locatie. Hiervoor kan de NPR 6097 worden gebruikt. Deze praktijkrichtlijn geeft voor een willekeurige locatie in Nederland de windstatistiek. Deze methode is door het KNMI in opdracht van NEN vervaardigd.

Peutz bezit een grote hoeveelheid theoretische kennis inzake windtechnologie. Daarnaast beschikt zij over de noodzakelijke meetfaciliteiten (onder andere een gesloten grenslaag windtunnel) om door middel van schaalmodelonderzoek vroegtijdig oplossingen voor geconstateerde problemen aan te kunnen dragen.

Voornoemde informatiemiddag Windhinder zal beginnen om 13.30 en rond 17.00 worden afgesloten. Albert Alders zal namens Peutz een bijdrage leveren. De locatie is TU Eindhoven (onder voorbehoud). Voor inschrijving of meer informatie verwijzen wij u naar de internetsite van NEN onder evenementenkalender.

Naar de nieuwsbrief

Nieuwe uitgave: Speech Intelligibility

Speech Intelligibility van Johan van der Werff In de akoestiek is de verstaanbaarheid van spraak een telkens terugkerend thema. Vanaf de oprichting van het bureau is hier door Victor Peutz en later door anderen, waaronder Johan van der Werff, veel onderzoek verricht. Dit onderzoek had tot doel enerzijds spraakverstaanbaarheid voorspelbaar en berekenbaar te maken, en anderzijds algoritmes te ontwikkelen waarmee geluidinstallaties kunnen worden ontworpen in akoestisch moeilijke omstandigheden.

In het boek Speech Intelligibility, geschreven door Johan van der Werff, gebaseerd op het werk van Victor Peutz, komen deze twee aspecten uitvoerig aan de orde. Daarbij wordt met name de door Peutz ontwikkelde spraakverstaanbaarheidsmethode, gebaseerd op het percentage niet goed verstane medeklinkers (articulation loss of consonants), behandeld.

Na een inleiding over de factoren die de verstaanbaarheid van natuurlijke en kunstmatig versterkte spraak bepalen, wordt uitgelegd hoe men ruimten en geluidinstallaties, gericht op verstaanbaarheid, akoestisch kan ontwerpen. Geheel in de Peutz-traditie wordt hierbij gewerkt met eenvoudige en gemakkelijk interpreteerbare algoritmes, meet- en analysemethoden.

Het boek bevat een aantal appendices met artikelen en papers over dit onderwerp van Victor Peutz en Johan van der Werff. Daarmee kan men zich wat meer in de achtergronden en de oorsprong van de methodes verdiepen.

Binnenkort zal een CD-ROM beschikbaar komen met daarop enkele hulpprogramma’s voor het toepassen van de methodes.

Het boek kan besteld worden door een e-mail met uw gegevens te zenden naar Peutz Zoetermeer onder vermelding van Speech Intelligibility. Het boek kost € 32,50 (exclusief BTW).

Naar de nieuwsbrief

Zwevende dekvloeren geven Montevideotoren hoogwaardige contactgeluidisolatie

Montevideo Rotterdam Recentelijk heeft ING Real Estate de Montevideo-toren in Rotterdam gerealiseerd en opgeleverd. Met 152,32 m is dit het hoogste woongebouw van Nederland. Hierbij is een intensief traject doorlopen van ontwerp en uitvoering opdat een hoogwaardig akoestisch comfortniveau kan worden aangeboden.

In Nederland is een toenemende trend naar hoger bouwen. Met name in de woningbouw doet zich een duidelijke ontwikkeling voor in zowel koop als verhuur. Door de aan de hoogbouw verbonden bouwkosten, het magnifieke uitzicht op de stad, de mogelijke combinaties met centrale service- en sportvoorzieningen, enzovoort is doorgaans sprake van een kwalitatief hoogwaardig marktsegment. Dit uit zich in wensen voor individuele vrijheid van indelen van de woning en een volledig vrije keuze van vloerafwerkingen. Door Peutz wordt dit vertaald naar strenge eisen aan de geluidisolatie om klachten over het horen lopen van de bovenburen te kunnen voorkomen.

Een van de belangrijkste bronnen van geluidhinder in appartementen zijn namelijk de loopgeluiden van de bovenburen die gekozen hebben voor parket, laminaat, plavuizen of zelfs natuursteen. In Nederland geldt sinds 2003 een wettelijke eis voor contactgeluidisolatie van Ico > +5 dB. De grootheid Ico staat voor de index voor contactgeluidisolatie als een kwaliteitsaanduiding voor de vloeren tussen woningen. De praktijk leert dat met deze wettelijke norm alleen met een zachte vloerbedekking hinder kan worden voorkomen. Daar men in den lande de optredende hinder bij harde vloeren verder wil beperken wordt aanbevolen een streefwaarde van Ico +10 dB te hanteren, onder andere in de specificatiebladen van het Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen. Deze aanbeveling wordt veelal overgenomen in het Huishoudelijk Reglement van eigenaren/gebruikers van woongebouwen. Peutz hanteert de stelregel dat dit voor hoogwaardige appartementen niet genoeg is. Voor de Montevideo-toren is een minimale contactgeluidisolatie van +15 dB voorgeschreven, gestreefd wordt naar +20 dB.
Daarnaast geldt natuurlijk voor hoogbouwprojecten dat de hoogte van de vloeropbouw zorgvuldig moet worden overwogen.
Op basis van metingen in het laboratorium van Peutz (zie het artikel over de Informatiemiddag windhinder voor een afbeelding van de gebruikte macquette) is voor Ico = +15 dB de volgende vloeropbouw uitgewerkt:

  • 20 mm steenwol (Rockwool zwevende vloerplaat);
  • PE-folie met randstroken;
  • 30 mm Velta noppenisolatieplaat inclusief vloerverwarming en (water)leidingen;
  • 30 mm dekking Gyflon anhydriet gietvloer.
Door de aannemer zijn proefvloeren uitgevoerd. Daarbij konden alle complicaties in kaart worden gebracht (het verwijderen van kruisende leidingen, afvoerputjes douchebakken, dubbele randstroken tegen buitenhoeken, enzovoort). Dit resulteerde in een protocol voor uitvoering welke zorgvuldig is bewaakt. De uitvoering vereist uiterste zorgvuldigheid: ieder kleinste contactbruggetje kan de kwaliteit van de vloer volledig teniet doen.
De lichte metalstud-binnenwanden en woningscheidende wanden zijn op de zwevende vloeren geplaatst. Dit geeft grote tijdswinst voor de uitvoering van de vloer.

Het resultaat: vloeren met een Ico-waarde van +20 dB of hoger. Soms moest een kleine contactbrug worden weggenomen. Al met al een resultaat waarmee een hoogwaardig comfort wordt geleverd, ongeacht wat de bovenburen voor vloerbedekking kiest.

Voor meer informatie verwijzen wij u naar de artikelen “Zevende dekvloeren in Montevideo”, Stedebouw & Architecteur, juli 2005 en “Noppenplaat biedt goede contactgeluidisolatie”, Cobouw 16 augustus 2005.

Naar de nieuwsbrief

Uitspraak Raad van State maakt A1Grand Prix op circuit Zandvoort mogelijk

Circuit Zandvoort De huidige milieuvergunning van circuit Zandvoort staat 5 dagen per jaar een grootschalig evenement toe. Het circuit heeft een vergunningaanvraag ingediend om één of meer extra grootschalige evenementen te mogen houden. Door Peutz is daartoe onderzoek verricht naar de gevolgen daarvan voor geluid en de luchtkwaliteit in de omgeving. Het verzoek om een voorlopige voorziening van belangengroeperingen is door de Raad van State afgewezen. Daardoor kan dit najaar de spectaculaire A1GP landencompetitie worden verreden.

Op Circuit Zandvoort worden al sinds augustus 1948 auto- en motorraces verreden. Als hoogtepunten hierbij golden uiteraard de vanaf 1952 op het circuit gehouden Grand Prix races. De laatste Grand Prix race werd, mede vanwege de geluidproblematiek, verreden in 1985. In het kader van de sanering industrielawaai werd in de jaren negentig een vernieuwd circuit ontwikkeld. Doelstelling van de sanering was een reductie van de geluidbelasting nabij woningen tot 55 dB(A), waarbij het circuit qua afmetingen zou kunnen voldoen aan de eisen van internationale autosportorganisaties. De milieuvergunning gaf hierbij de mogelijkheid om 5 dagen per jaar te besteden aan een grootschalig evenement, door het circuit ingevuld met Formule 3-races en het DTM (Deutsche Tourenwagen Masters). In overleg met de Provincie Noord-Holland werd besloten een vergunningaanvraag op te stellen om één of meer extra grootschalige evenementen mogelijk te maken. Ten behoeve van deze aanvraag is door Peutz onderzoek verricht naar de geluidniveaus in de woonomgeving tijdens deze evenementen, de geluidniveaus in het omliggende duingebied en de effecten hiervan op de fauna (in samenwerking met Alterra) alsmede de luchtkwaliteit in de omgeving. Het door diverse belangengroeperingen ingediende verzoek om een voorlopige voorziening is door de Raad van State terzijde geschoven. Daardoor kan op zondag 1 oktober van dit jaar de seizoensopener van de spectaculaire A1GP landencompetitie worden verreden. Deze imponerende formulewagenserie, waarin ruim twintig landen participeren, heeft dit seizoen bewezen een topklasse te zijn waar honderdduizenden toeschouwers warm voor lopen. In de competitie is op dit moment “Team Netherlands” onder leiding van Jan Lammers actief met toprijder Jos Verstappen.

www.circuit-zandvoort.nl

Naar de nieuwsbrief

Geluidimmissiemetingen bij spoorwegemplacementen ter verificatie van rekenmodellen

Proefopstelling akoestisch laboratorium Bij diverse spoorwegemplacementen is sprake van een overschrijding van de richtlijnen in de ‘Handreiking industrielawaai en vergunningverlening’. Om aan de geluidgrenswaarden te kunnen voldoen zullen geluidreducerende maatregelen getroffen worden. De optredende geluidniveaus zijn gebaseerd op rekenmodellen, gebruik makend van algemene geluidgegevens. Slechts in een beperkt aantal situaties zijn deze geluidgegevens bepaald door metingen op het desbetreffende emplacement. Om te verifiëren of de berekende geluidniveaus overeenstemmen met de daadwerkelijk optredende geluidniveaus zijn in opdracht van ProRail te Utrecht door Peutz bij dertien emplacementen in de woonomgeving uitgebreide geluidimmissiemetingen uitgevoerd. Het onderzoek is mede bedoeld om de omvang van voorzieningen te evalueren.

Op spoorwegemplacementen worden treinen gerangeerd, samengesteld, in- en uitwendig gereinigd en geparkeerd. Deze activiteiten vallen onder het regime van de Wet milieubeheer. De tijdens de voornoemde immissiemetingen waargenomen activiteiten zijn opgenomen in het akoestisch rekenmodel, dat bij de aanvraag voor de Wm-vergunning is gebruikt. De met dit rekenmodel berekende waarden voor het equivalente geluidniveau en de maximale geluidniveaus op de meetposities zijn vergeleken met de gemeten waarden. Daarnaast zijn rangeeractiviteiten en wisselpassages apart geanalyseerd en vergeleken met de met het rekenmodel berekende waarden. Op basis van deze analyse is de bronsterkte van deze activiteiten berekend.

Op basis van de vergelijking van de gemeten geluidniveaus met de berekende geluidniveaus zijn per emplacement correcties voorgesteld op het oorspronkelijke rekenmodel. Met het gecorrigeerde rekenmodel zijn vervolgens de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (LAr,LT) en de maximale geluidniveaus (LAmax) op de vergunningposities voor de representatieve bedrijfssituatie berekend.
Op basis van het onderzoek zijn aanpassingen en aanbevelingen gedaan ten aanzien van de volgende aspecten:

  • modellering van rolgeluid;
  • modellering van booggeluid tijdens wisselpassages;
  • modellering van het remmen van treinen;
  • representativiteit en nadere onderbouwing van de geluidgegevens van bepaalde activiteiten uit de geluiddatabases;
  • toepassing van bodemfactoren.
Het Kenniscentrum Spoorgeluid is vanuit ProRail sinds begin dit jaar actief in het kader van het Innovatieprogramma Geluid (IPG). Doel van het kenniscentrum is het samenbrengen en het uitdragen van kennis op het gebied van geluid en spoor. Op dit moment wordt door het Kenniscentrum Spoorgeluid een inventarisatie uitgevoerd naar alle beschikbare documenten die betrekking hebben op spoorgeluid. Hieraan wordt ook door Peutz meegewerkt. Door het Kenniscentrum Spoorgeluid is tevens het Modelleringsprotocol Emplacementen verspreid. Hierin is tevens gebruik gemaakt van de bevindingen en aanbevelingen van het bovengenoemde onderzoek.

Naar de nieuwsbrief

Nieuw onderwijscomplex Deltion College

Deltion College Zwolle Het Deltion College bouwt in Zwolle een nieuw onderwijscomplex van in totaal circa 100.000 m2. Deze nieuwbouw gaat er uitzien als een kleine stad met verschillende gebouwen. Deze liggen om een centrale glasoverkapte as: de Boulevard. Deze boulevard verbindt de 13 onderwijsgebouwen onderling en staat in verbinding met andere faciliteiten: plekken waar men rustig kan werken of overleggen, maar ook werkplaatsen, restaurants, sportruimtes, winkels en een volledig uitgerust theater met alle akoestische voorzieningen. Op dit moment wordt er druk gebouwd aan het Deltion.

Peutz adviseert het Deltion op de gebieden akoestiek, bouwfysica en brandveiligheid. Een aantal specifieke werkzaamheden van Peutz:

  • In het Deltion College komen veel praktijklokalen voor zoals werkplaatsen voor machinale houtbewerking, metaalbewerking, een testruimte voor motorvoertuigtechniek en een afdeling vliegtuigbouw. Daarin worden veel lawaai en veel trillingen opgewerkt. Door werkplaatsen in transparante glazen atria te plaatsen waarop de theorielokalen in de gebouwen uitkijken, gaan praktijk en theorie samen in hetzelfde gebouw. Het motto hierbij is: elkaar zien en horen zonder elkaar te storen.
  • De grote Boulevard is de verkeersader van het Deltion, aan de hand van luchtstromingsberekeningen is het zomer- en winterklimaat in de grote Boulevard onderzocht. Door een combinatie van gebouwoverstortlucht en natuurlijke ventilatie wordt de temperatuur in de zomer beheersbaar gemaakt zonder het gebruik van een aanvullende koelinstallatie.
  • Met behulp van onderzoek aan een maquette van het bouwplan in de Peutz windtunnel is de natuurlijke ventilatie van de parkeergarages en de Boulevard, alsmede windhinder op loopniveau verder beschouwd. Aan de hand hiervan is het windklimaat in de buitengebieden geoptimaliseerd.
  • Een van de gebouwen is geheel gewijd aan sportfaciliteiten zoals sportzalen, fitnessruimte en een aerobicszaal. Voor deze sportruimten is de ruimteakoestiek beschouwd. Met name flutterecho’s zijn vaak oorzaken van klachten in sportzalen. Deze worden door het toepassen van wandabsorptie voorkomen.
  • In één van de gebouwen is een volledig uitgerust theater ontworpen. Hierbij is onder andere onderzocht hoe, ondanks het beperkte volume van de zaal, de verschillende vormen van (muziek)uitoefening als toneel, zang, ensemble, popmuziek maar ook gebruik als collegezaal gecombineerd kunnen worden.
nieuwbouw.deltion.nl

Naar de nieuwsbrief


Index | Website | Contact | Afmelden