September 2005

Index | Website | Contact | Afmelden

Het Bouwbesluit 2003 per 1 september 2005; (brand-)veiligheid

Proefopstelling brandveiligheid parkeergarage Wijzigingen in het Bouwbesluit 2003 zijn per 1 september van kracht geworden. Vanaf die datum is ook de Regeling Bouwbesluit 2003 gewijzigd. De wijzigingen vloeien voort uit andere regelingen zoals de Arbo-wet, of betreffen nieuwe respectievelijk aanscherping van bestaande eisen. Ingegaan wordt op wijzigingen op (brand-)veiligheidsgebied met een wezenlijke invloed op het gebouwontwerp.

De meest relevante wijzigingen zijn onder andere:

Door aanwijzing van een herziene 'liftennorm' moet een brandweerlift vanaf dit moment zijn voorzien van een (tenminste rookwerende) voorsluis. De voorsluis mag worden gecombineerd met een eventuele voorsluis voor een trappenhuis. Echter, bij trappenhuizen zijn voorsluizen pas vereist bij een gebouwhoogte groter dan 50 m en bij brandweerliften in alle gevallen (een brandweerlift is verplicht vanaf een gebouwhoogte van 20 m).
In een woningbouwproject zou de gangzone die de woningen verbindt met de trappen en liften als 'voorsluis' gezien kunnen worden. De gang is immers brandwerend, en dus rookwerend, van de woningen gescheiden. Nieuw is echter dat de voordeur van de woningen van een dranger moet worden voorzien als dit de scheiding van een rookcompartiment is. Het is opmerkelijk dat de eis voor een (sub-)brandcompartiment dus minder streng is dan die voor een rookcompartiment!

De minimale vrije hoogte boven bijvoorbeeld trappen en bordessen bedroeg 2,10 m, deze waarde is verhoogd tot 2,30 m (gold al voor woningen). Nieuw is de eis dat een vloerafscheiding of trapleuning 'niet beweegbaar' (bijvoorbeeld poortje) moet zijn.

Nieuw is de 'bijeenkomstfunctie voor kinderopvang' ofwel kinderdagverblijven. Als in het kinderdagverblijf ook geslapen wordt, moet het worden opgedeeld in subbrandcompartimenten.

De weerstand tegen brandoverslag tussen (sub-)brandcompartimenten moet worden bepaald volgens NEN 6068. Per 1 september is de herziene versie van deze norm aangewezen, deze kent een aanmerkelijk ruimer toepassingsgebied. Ook zijn enkele fouten in de norm hersteld. Toepassing van de tabellen uit de NPR 6091 is niet meer mogelijk omdat die zijn gebaseerd op de oude NEN 6068. Met bijvoorbeeld het programma Pintegraal kunnen echter de vereiste berekeningen eenvoudig worden gemaakt en gerapporteerd.

Tenslotte is in aanvulling op de 'normale' vluchtdeuren uit de Arbowet de nooddeur en noodtrap overgenomen. Een nooddeur mag alleen worden gebruikt om te vluchten, een deur die ook (eventueel sporadisch) als toegang zou kunnen worden gebruikt kan dus niet als nooddeur worden aangemerkt. Een nooddeur mag geen schuifdeur zijn, maar mag wel over openbare ruimte (bijvoorbeeld een trottoir) draaien. Een noodtrap mag ook uitsluitend gebruikt worden om te vluchten.

Voor meer informatie over de nieuwe wetgeving: www.wetten.overheid.nl en de site van het Ministerie van VROM; voor normen: www.nen.nl.

Naar de nieuwsbrief



Wijziging Algemene wet bestuursrecht: consequenties voor vergunningverlening

Per 1 juli 2005 zijn wezenlijke wijzigingen in de procedure voor verlening van een milieuvergunning in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) doorgevoerd.

Deze wijzigingen zijn onder andere:

  • de ter inzage-termijn van het ontwerpbesluit wordt 6 weken (was 4 weken);
  • commentaar op een ontwerpbesluit heet een zienswijze (was bedenkingen);
  • de termijnen waarbinnen een besluit moet zijn genomen worden gewijzigd (onder meer: als niemand een zienswijze tegen de ontwerpbeschikking heeft ingediend moet het besluit binnen vier weken na afloop van de ter inzage-termijn worden genomen).
Er staat overigens nog steeds geen sanctie op niet tijdig besluiten.
Deze wijzigingen volgen uit de nieuwe 'uniforme openbare voorbereidingsprocedure' voor het nemen van een besluit door een bevoegd gezag. Die procedure staat in de nieuwe afdeling 3.4 van de Awb, ter vervanging van afdelingen 3.4 en 3.5.

Naar de nieuwsbrief



Nieuwe Arbo-regels voor hand-armtrillingen en lichaamstrillingen

In de wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit van 5 juli 2005 zijn nieuwe regels voor hand-armtrillingen en lichaamstrillingen opgenomen. Voor beide soorten mechanische trillingen geeft het besluit een grenswaarde en een actiewaarde aan de blootstelling. Grenswaarden mogen in principe niet overschreden worden. Als de trillingen de actiewaarden overschrijden moet de werkgever de nodige maatregelen nemen.

Een en ander is van belang bij hand-armtrillingen door bijvoorbeeld (stotend) handgereedschap (sloophamers, slagmoersleutels) en apparaten met ingebouwde benzinemotor (bosmaaiers, motorkettingzagen). Blootstelling aan lichaamstrillingen vindt vooral plaats op voertuigen zoals vrachtwagens, heftrucks, tractoren en grondverzetmachines of op bedieningsplaatsen van sterk trillende machines.

In het kader van de risico-inventarisatie en -evaluatie (RIE) moeten de niveaus van de mechanische trillingen beoordeeld en zonodig gemeten worden. De grens- en actiewaarden betreffen de dagelijkse blootstelling, herleid tot een standaardreferentieperiode van 8 uur. In een eerste globale beoordeling kan nagegaan worden of er een te hoog niveau te verwachten is. In een standaard situatie kan volstaan worden met een beoordeling op basis van bijvoorbeeld leveranciersgegevens over de optredende mechanische trillingen. Bij specifieke omstandigheden zullen trillingmetingen volgen ISO-normen uitgevoerd moeten worden (hand-armtrillingen: ISO 5349-2; lichaamstrillingen: ISO 2631-1).

Bij overschrijding van de grenswaarde moeten direct maatregelen worden getroffen om de blootstelling terug te brengen. Bij overschrijding van de actiewaarden moet een programma van maatregelen worden opgesteld en uitgevoerd om de risico's weg te nemen of te verkleinen. In het besluit worden aspecten aangegeven die in een plan van aanpak behandeld moeten worden. Tevens wordt in het besluit ingegaan op voorlichting en onderzoek en de uitvoering van arbeidsgezondheidskundig onderzoek.

In het artikel 'Relevante aspecten bij het opstellen van een trillingsbestrijdingsplan' uit 2001 gaan wij op basis van de toenmalige voorlopige Europese richtlijn in op de mogelijkheden om de blootstelling aan mechanische trillingen te beperken.

Het besluit tot wijziging is gepubliceerd in Staatsblad 2005 nr. 372 (zie www.wetten.overheid.nl) en betreft de uitvoering van de Europese richtlijn 2002/44/EG.
Voor zeeschepen en luchtvaartuigen is vooralsnog de grenswaarde voor lichaamstrillingen niet van toepassing in afwachting van nader onderzoek.
Voorts geldt een overgangsregeling voor arbeidsmiddelen die voor 6 juli 2007 ter beschikking zijn gesteld aan de werknemers. Tot 6 juli 2010 kan onder voorwaarden toegestaan worden dat voor deze arbeidsmiddelen de grenswaarden worden overschreden. Deze voorwaarden houden onder andere in dat de technische ontwikkelingen nog niet ver genoeg gevorderd zijn en dat door organisatorische maatregelen (bijvoorbeeld beperking van de gebruiksduur of taakroulatie) de blootstelling niet voldoende beperkt kan worden. Voor arbeidsmiddelen in de land- en bosbouw geldt een verlengde overgangsperiode tot 6 juli 2014.

Naar de nieuwsbrief



Amendementen wijziging Wet geluidhinder geven ruimte voor bedrijven

De wijziging van de Wet geluidhinder (fase 1) is door de Tweede Kamer aanvaard, inclusief twee opmerkelijke amendementen. Thans ligt dit wetsvoorstel bij de Eerste kamer. Verwacht wordt dat de gewijzigde wet in maart 2006 in werking treedt.

De problematiek van gezoneerde industrieterreinen die op slot zitten is in Peutz Actueel van juni 2005 behandeld. Een tijdelijke oplossing voor dat klemmende probleem is voorzien in een amendement op het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet geluidhinder (fase 1). De inhoud daarvan is verwoord in het toegevoegde artikel 65. Daarin wordt het bevoegd gezag de mogelijkheid geboden op de zonegrens een 2 dB hogere waarde vast te stellen dan de geluidbelasting van 50 dB(A)-etmaalwaarde. Daarvoor gelden wel vier nader geformuleerde randvoorwaarden, ondermeer:

  • de huidige gecumuleerde geluidbelasting ten gevolge van de gezamenlijke bedrijven wordt in belangrijke mate bepaald door bedrijven die vallen onder een AMvB ex artikel 8.40 Wet milieubeheer;
  • redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de geluidbelasting binnen afzienbare tijd wordt teruggebracht tot de eerder geldende waarden.
Hiermee wordt bereikt dat de formele - maar materieel niet benutte - geluidruimte van AMvB-bedrijven geen onnodige belemmering hoeft te vormen voor nieuwe bedrijfsmatige initiatieven op gezoneerde industrieterreinen.

Het andere amendement betreft de mogelijke toepassing van de Stad en milieubenadering voor gezoneerde industrieterreinen. Bij akoestisch volle industrieterreinen, die echter fysiek niet vol zijn, bestaat de mogelijkheid om toch tot vergunningverlening over te gaan. Juridisch deskundigen twijfelen echter aan de praktische toepasbaarheid van dat artikel. De mogelijkheid via de Stad en milieubenadering om af te wijken van wettelijke grenswaarden (stap 3) vereist namelijk dat alle wettelijke (ontheffings)mogelijkheden zijn benut (stap 2). Geluidruimte creëren voor bedrijven op een gezoneerd industrieterrein kan via het verruimen van de zonegrens c.q. het opleggen van een nadere eis aan AMvB-bedrijven (die de formele geluidruimte niet nodig hebben). Vanwege die wettelijke oplossingsmogelijkheden zou men nooit aan stap 3 toekomen. Daarmee zou dit amendement een lege huls zijn.

Zie voor de wetswijziging www.eerstekamer.nl.

Naar de nieuwsbrief



Overkoepelende AMvB ex artikel 8.40 Wet milieubeheer in 2007

Bepaalde categorieën van bedrijven zijn niet vergunningplichtig maar moeten aan algemene voorschriften voldoen. Die voorschriften zijn opgenomen in speciale Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB's) ex artikel 8.40 van de Wet milieubeheer. De elf bestaande niet-agrarische AMvB's worden door VROM samengevoegd tot één AMvB. Deze moet begin 2007 van kracht worden.

De voorschriften in de nieuwe AmvB gaan gelden per activiteit in plaats van per branche, waarmee in de toekomst nieuwe branches eenvoudiger onder die AMvB gebracht kunnen worden. De middelen om aan die voorschriften te voldoen, worden wellicht in een aparte Ministeriële regeling opgenomen. Als de voortschrijdende technische ontwikkelingen daartoe aanleiding geven, kan zo'n regeling dan eenvoudig aangepast worden. Van alternatieve middelen moet het bedrijf aantonen dat die een gelijkwaardig resultaat opleveren.
Bedrijven met geringe milieurelevantie zouden niet vallen onder de nieuwe AMvB, maar zouden moeten voldoen aan een beperkt aantal regels voor de gehele inrichting zoals geluidvoorschriften, en hebben geen meldingsplicht. Maatwerk en gebiedsgerichte normering worden in de nieuwe AMvB mogelijk. Dat laatste is van groot belang omdat de huidige standaard geluidgrenswaarden tot grote problemen leiden bij gezoneerde industrieterreinen: de formele geluidruimte van AMvB-bedrijven soupeert vaak onnodig de geluidruimte van het gezoneerde industrieterrein als geheel op.

Naar de nieuwsbrief



Stalen Netkous in de Prinses Beatrixlaan

Impressie Netkous Momenteel wordt hard gebouwd aan het nieuwe tracé van RandstadRail in de Prinses Beatrixlaan in Den Haag. De stalen Netkous is een futuristisch ogende staalconstructie waarbij de rails op een betonbalk in de vorm van een halve ellips is opgelegd, die zelf in een stalen buisframe ligt. Het ontwerp van deze constructie is geoptimaliseerd qua trillingen, geluidafstraling en brandveiligheid.

De netkous wordt verhoogd uitgevoerd. Onder de baan is sprake van doorloop- en winkelgebied. Het tracé is aanvankelijk ontworpen met een lichte, dragende staalconstructie. Een trampassage over een dergelijke constructie kan aanzienlijk hogere geluidniveaus veroorzaken dan bij passage over een aarden baan. Op basis van prognoses van de trillingen en de resulterende geluidafstraling is het ontwerp geoptimaliseerd waarbij onder meer de betonbalken zijn toegevoegd. Over deze prognose is recent op het Internoise congres in Rio de Janeiro door Peutz een voordracht gehouden.

In geval van calamiteiten zoals brand in een rijtuig is het van belang dat de constructie blijft staan. Met een specifiek voor deze situatie vervaardigd rekenmodel zijn berekeningen gedaan van de optredende temperaturen in de staalconstructie bij een uitslaande brand uit een stilstaand voertuig. Vervolgens is door de constructeur, Gemeentewerken Rotterdam, aangetoond dat de constructie daartegen bestand is. Andere door ons uitgevoerde bouwfysische advieswerkzaamheden betreffen de akoestiek van het station, de windhinder in en rond het station, brandveiligheidsaspecten van het station, thermische opwarming en bouwlawaai. Geveltechnisch bureau Köhler heeft geadviseerd ten aanzien van toepassing van het glas, waar men veilig onder door moet kunnen lopen.

Recent is er in RandstadMail en NRC Handelblad aandacht besteed aan de Netkous. Meer informatie over de voortgang van dit opmerkelijke project is te vinden op: www.randstadrail.nl. Het ontwerp is van Zwarts & Jansma architecten.

Naar de nieuwsbrief



Arboconvenant Houthandel en Timmerindustrie

Pendelzaag In 2002 hebben de branches Houthandel en Timmerindustrie elk een Arboconvenant afgesloten met de overheid. In deze Arboconvenanten zijn afspraken gemaakt over het terugdringen van arborisico's, onder andere blootstelling aan geluid en houtstof. Om de bedrijven hierbij te ondersteunen worden door Peutz, in samenwerking met Arbounie en AFT, digitale hulpmiddelen ontwikkeld.

Met behulp van de 'Meetkoffer' kunnen knelpunten op het gebied van geluid en houtstof snel in kaart worden gebracht. Het aan de 'Meetkoffer' gekoppelde 'Oplossingenboek' reikt vervolgens oplossingen aan voor de gevonden knelpunten. Beide instrumenten maken deel uit van de Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E). De instrumenten worden verwerkt in een speciaal softwarepakket, dat zo wordt gebouwd dat bedrijven daar op eenvoudige wijze zelf mee aan de slag kunnen.

Een deel van de oplossingen betreft innovatieve aanpassingen aan houtbewerkingsmachines, die als pilotprojecten bij diverse bedrijven worden gerealiseerd. De aanpassingen worden samen met de bedrijven ontwikkeld, omdat naast de arbo-doelstellingen tevens zaken als productiesnelheid, bereikbaarheid van de machines voor onderhoud en de kosten van de aanpassingen een belangrijke rol spelen. Na gereedkomen van de pilotprojecten worden de betrokken houtbewerkingsmachines gebruikt als voorbeeldmachines voor de branches.

Naar de nieuwsbrief


Index | Website | Contact | Afmelden