Carré Universiteit Twente, Enschede

Als technische universiteit heeft de UT het onderwijs en onderszoeksgebouw Carré ontwikkeld, centraal gelegen in het O&O-centrum. In het gebouw zijn collegezalen, studieplekken, kantoren, laboratoriumruimten en onderzoeksfaciliteiten ondergebracht. Het Carré telt vijf bouwlagen en is ontworpen op een hoge mate van flexibiliteit in de indeling, wat met name voor de laboratoriumruimten van belang is. Het carré-vormige gebouw ligt rond een binnenhof met een vijver voor waterbuffering. Carré zal huisvesting bieden aan de leerstoelen Technische Natuurwetenschappen (TNW) en Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica (EWI). Het gebouw staat via loopbruggen in verbinding met de omliggende gebouwen, waaronder het Nanolab.

Hoge eisen

In enkele laboratoria worden zeer hoge eisen gesteld met betrekking tot de optredende trillingen. Voor deze laboratoria mogen de trillingniveaus op de vloer niet hoger zijn dan circa 3 micrometer per seconde. Met name de werkplaatsen, de technische installaties en de bezoekersstromen (loopbewegingen) zijn belangrijke trillingbronnen, evenals de diverse trillingbronnen die als onderdeel van de onderzoeksopstellingen binnen de laboratoria zijn opgesteld.

Bijdrage van Peutz

Door Peutz is geadviseerd op de bouwfysische kwaliteit van de gebouwschil, de akoestische aspecten en de brandveiligheid. De gevel is uitgevoerd als een klimaatgevel waarbinnen zonwering is toegepast. Door binnenlucht via de gevel af te zuigen wordt een bijzonder lage zontoetredingsfactor gerealiseerd. Voor het overleg met de overheid en de vergunningsaanvraag is een masterplan brandveiligheid opgesteld, waarin alle brandveiligheidsaspecten zijn opgenomen. Het gebouw is volledig voorzien van een sprinklerinstallatie. Er is een ontvluchtingsplan en een aanvalsplan voor de brandweer opgesteld, rekening houdend met de stedenbouwkundige situatie, de bereikbaarheid en de relatie met de omliggende gebouwen.

Trillingarme laboratoria

Verder is een gebouw concept gemaakt waarbij trillingbronnen en trillingarme laboratoria van elkaar zijn gescheiden, met grotere afstand naarmate de eisen hoger zijn. De diversiteit aan trillingbronnen en trillingeisen vereiste een conceptuele benadering die de basis vormde voor ontwerpuitgangspunten en gebruiksrichtlijnen. In de beginfase van het ontwerp is dit medebepalend geweest voor de aparte ontwikkeling van het Nanolab. Het concept is verder richtinggevend geweest in de locatie en opstelling van diverse trillingbronnen, zoals de werkplaatsen, de technische ruimten en trillingproducerende onderzoeksfaciliteiten. Gedurende de uitvoeringsfase zijn trillingmetingen uitgevoerd ter controle en bij oplevering is gebleken dat de trillingniveaus ruimschoots onder de specificaties liggen.

Opdrachtgever: 
Universiteit Twente
Stad: 
Enschede
Land: 
Nederland
2010