De vormvrije m.e.r.-beoordeling rukt op

30 november 2017

Als u uw bedrijf wilt uitbreiden of elders wilt oprichten zult u een omgevingsvergunning nodig hebben, voor enerzijds bouwen en mogelijk ook voor milieu en/of voor het afwijken van het bestemmingsplan. Voor specifieke projecten is mogelijk een milieueffectrapportage (MER) noodzakelijk. Hoe zit dit nu precies.

Wanneer is een MER noodzakelijk

Voor bepaalde activiteiten, zoals (wijziging van) bestemmingsplannen of oprichting of verandering van inrichtingen, is – vooruitlopend op besluitvorming – een MER nodig. Dit betreft activiteiten die zijn aangewezen in de bijlage, onderdeel C van het Besluit milieueffectrapport. Voor activiteiten met minder nadelige effecten op het milieu zal eerst beoordeeld moeten worden of een MER noodzakelijk is, op basis van het nee, tenzij principe. Deze m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten zijn opgenomen in de bijlage van genoemd besluit, onderdeel D. Voor alle activiteiten van onderdelen C en D geldt een zgn drempelwaarde (bijv. een drempelwaarde voor de omvang of productiecapaciteit). Onder de drempel geldt volgens het besluit geen MER of m.e.r.-beoordeling.

Vormvrije MER-beoordeling

Nu is het zo dat het Europese Hof Nederland op de vingers heeft getikt en uitgesproken heeft dat Nederland de drempelwaarden te strikt hanteert. Ook bij activiteiten onder de drempelwaarden zijn nadelige effecten op het milieu niet uit te sluiten en om die reden toch potentieel MER plichtig. De motivering om wel of geen MER uit te voeren moet volgens het Hof gebaseerd zijn op een toets op de inhoud en niet op een strikt gehanteerde drempelwaarde. Als u als voorbeeld een scheepsreparatiebedrijf of motorcrosscircuit start of uitbreidt of als een industrieterrein gewijzigd moet worden vanwege een nieuwe ontwikkeling, dan dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling gegeven te worden.

Wijziging van de vormvrije MER-beoordeling

Tot 7 juli 2017 was het vanwege deze uitspraak gebruikelijk dat het bevoegd gezag een mededeling deed bij de overwegingen bij het besluit (een aanvraag, een bestemmingsplan, e.d.) dat er geen MER opgesteld hoeft te worden, overwegend met als argument de geringe impact op het milieu. Dit was toereikend omdat er geen vastgelegde procedure was voorgeschreven, derhalve vormvrij. Vanaf 7 juli 2017 is de procedure gewijzigd. Er moet eerste een aanmeldingsnotitie worden opgesteld, op basis waarvan het bevoegd gezag een besluit moet nemen. Met dit besluit (vrijwel altijd dat er geen MER noodzakelijk is), kan pas de aanvraag worden ingediend; een extra procedurestap dus. Omdat er geen drempelwaarden meer gelden, is een aantal omgevingsdiensten van mening dat voor elke activiteit die in het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen, hoe gering ook, een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden doorlopen. Daar is wel enige nuancering op zijn plaats. Uit uitspraken van de Raad van State volgt namelijk dat er wel sprake moet zijn van activiteiten met een zekere omvang.